Victim blaming worsens sexual trauma
Victim blaming worsens sexual trauma
Natasja van Loon
Natasja van Loon • 3 nov 2015

Het inzicht van #zeghet

Het verhaal van mijn aanranding heb ik al lang geleden gezegd en geschreven. Ik schreef het verhaal in wel duizend variaties. Ik schreef er minstens zo veel bezweringen van, tot het geen macht meer over me had. De gebeurtenis zelf althans. Want hoe je het ook wendt of keert, als zoiets je overkomt, word je erdoor gevormd. Seksueel misbruik verjaart niet. Nooit, voor een slachtoffer. Omdat het je vormt, blijft het in je voortleven. Alle verhalen die nu in het kader van de actie #zeghet worden gedeeld, hebben op mij echter een onverwacht effect: inzicht. Ik begrijp eindelijk ook waarom ik de daadwerkelijke aanranding minder erg vind dan wat me een jaar later overkwam.

Ik was zeventien. Toen ik zestien was, werd ik verliefd op twee jongens. Ik groeide op in een dorpje op de Veluwe waar de dubbele moraal almachtig was. Jongens waren elk weekend op jacht in de dorpsdisco’s naar weer een nieuw snoepje van de week, een nieuwe scalp aan hun riem, meestal een meisje dat net de discoleeftijd had bereikt en voor het eerst uit mocht. Als je als meisje met meer dan één jongen had gezoend was je al een slet. Sterker: je was al een slet als je met een jongen had gepraat en zowel hij als jij daarna uit zicht was. Maakte niet uit of jij naar huis was en hij naar de wc, er werd aangenomen dat je met hem was weggegaan. Er gingen verhalen over verkrachting. Er was een meisje, één van de schoonheden van het dorp, van wie hardnekkig werd gezegd dat ze door een groep jongens in een busje was gesleurd en daar door allemaal was verkracht. Dat was mijn enige referentie voor seksueel geweld. Alle andere gradaties mochten, want jongens hoorden zo te zijn. Het was geen wereld waarin een meisje op twee jongens tegelijk verliefd mocht zijn. Dat er zoiets als polyamorie bestaat was daar volslagen onbekend.

Om een lang verhaal zo kort mogelijk te houden: er ontstond een race tussen beide jongens op wie ik verliefd was, die toevallig ook nog vrienden waren. Ik geef ze maar cijfers, historisch chronologisch, want hun identiteit hou ik liever verborgen. Ik had eerst wat met vriendje 1 en toen wat met 2, de volgorde waarin zich dat voltrok, was toeval. Voor mij tenminste. Want ik wist niks van alle complexiteit op de achtergrond tussen die twee jongens. Het echte verhaal heb ik pas jaren later, brokje voor brokje, bij elkaar gesprokkeld. Ik wist toen alleen wat mij overkwam. Hoe vriendje 1 en ik vrienden bleven nadat we niks meer hadden en ik wat met vriendje2 kreeg. Hoe ik met vriendje 2 even later ineens niet meer naar feestjes ging waar nummer 1 ook zou kunnen zijn (wat mijn sociale leven een stuk kaler maakte, want alle feestjes waren bij hem). Hoe vriendje 2 ineens, als hij te veel had gedronken, kon uitbarsten in een tirade over dat hij zijn vrienden niet vertrouwde. En hoe hij het even later uitmaakte omdat hij meer met zijn vrienden wilde omgaan. Ik hou je toch niet tegen, dacht ik, ik vind het juist leuk om mee te gaan, het zijn ook mijn vrienden. Hoezeer jaloezie en onzekerheid aan hem knaagden, had ik misschien toen moeten zien, maar in een wereld waarin polyamorie (bij meisjes) niet bestaat, zijn de soms ingewikkelde emoties die erbij horen ook onbespreekbaar. Ik was hoe dan ook erg verdrietig toen hij het uitmaakte. Korte tijd later kwam ik vriendje 1 weer tegen, het was een klein dorp. Hij vond dat ik lang genoeg had zitten kniezen en wilde me mee uit nemen om me op te vrolijken.

Bijna dertig jaar zijn sindsdien voorbij gegaan, maar de herinneringen aan dat weekend blijven helder alsof het gisteren was. Er stond een rode maan aan de hemel, de verduistering van een bloedmaan. Ik was boos en verdrietig op weg naar vriendje 1 en wenste dat vriendje 2 zich zou voelen als ik, vandaar dat ik hem had verteld dat ik met vriendje 1 uitging. Dat avondje uit was overigens fijn en vrolijk. Er gebeurde niks, want we waren vrienden. De dag erna was er weer een feestje bij vriendje 1. Vriendje 2 was er ook. En ik dus ook. Pas toen hoorde ik, mondjesmaat, van vriendje 2 dat hij mij en vriendje 1 de vorige avond had gezocht. We bleken elkaar in elk café en elke disco net te hebben misgelopen. De avond vorderde en de drank ook. Vriendje 2 vroeg of hij even met me kon praten, buiten in de tuin. Het praten werd een scheldpartij, dat ik een slet was en waarom ik niet wegging, tot ik er niet meer tegen kon en er in mijn hoofd een lichtje uitging. Ik weet tot op de dag van vandaag niet hoe het kwam dat ik flauwviel. Toen ik bijkwam zaten vriendje 1 én 2 naast me. Nummer 1 hield mijn hand vast en 2 had zijn arm om me heen en hield me in zitpositie. De toon was weer kalm, vriendelijk zelfs, maar toch moest ik huilen. En terwijl 1 me probeerde te troosten, stak 2 onder mijn rok zijn vingers in mijn kut. Toen ik later die nacht naar huis op mijn brommer naar huis reed, nam ik me voor om er nooit meer aan te denken.  

Ik heb vriendje nummer 2 allang vergeven. Nog voordat ik van de middelbare school af was, zelfs, en lang voordat ik er in staat was over de gebeurtenissen van die nacht te praten. Beide vriendjes probeerden het ter sprake te brengen in de periode die volgde, maar omdat ik het uit mijn geest gebannen had lukte dat niet. Toen vriendje 2 uitlegde wat hem ertoe dreef en zijn excuses probeerde aan te bieden, wuifde ik het weg, maar ik vergaf hem wel. Hij was al die tijd bang geweest dat hij maar een tussenpaus was en dat het een kwestie van tijd was voordat ik weer verliefd op 1 zou worden. Dat wilde hij voor zijn, waarmee hij juist de voorwaarden voor de realisatie van zijn angst schiep. Het had hem boos en gefrustreerd gemaakt – precies zoals ik had gewenst, ik wílde hem immers jaloers maken – en dat was uit de bocht gevlogen. Het zou belachelijk zijn om te ontkennen dat het daarna geen invloed meer op me had, het bepaalde juist een groot deel van mijn ontwikkeling. Het was het begin van de terugkerende depressies in mijn leven die me ook nu nog plagen. Maar ik begreep zijn motieven en omdat die uit liefde voortkwamen – hoe verwrongen de omstandigheden die ook hadden gemaakt – kon ik hem vergeven. Hij had me niet gebruikt. Hij was zelf ook het slachtoffer van zijn liefde geworden.

Wegwerpseksobject

Hij had me niet gebruikt. Ik heb nog veel langer niet gepraat over wat me een jaar na de nacht van de rode maan elders overkwam, waarin dat wél het geval was. Die schaamte zat nog veel dieper. Inmiddels was ik zeventien en mijn ouders hadden wel in de gaten dat het niet goed met me ging, al praatte ik er niet over. Ik overtrad huiselijke regels, spijbelde, loog en sloop ’s nachts het huis uit (dat laatste hebben ze nooit gemerkt). Toen ze ontdekten dat ik rapportcijfers met potlood voor ze had aangepast om huisarrest te ontlopen, besloten ze me op een andere school te doen. Ze vermoedden een verkeerde vriendenkring. Wisten zij veel dat de sociale omgeving waar ze me naartoe brachten nog veel misogyner was. En ik zat nog middenin de repercussies van de bloedmaannacht. Mijn oude vriendenclubje lag in puin, iedereen maakte ruzie maar niemand praatte over de redenen en ik werd volkomen in de war in een andere wereld geplant. Ik kreeg wel voor het eerst vriendinnen. Voordien had ik er op zijn hoogst één tegelijk gehad. Een jaar lang liet ik me niet aanraken, tot ik via één van die nieuwe vriendinnen een jongen ontmoette.

A. was van adel, hij zat op een andere school in hetzelfde stadje van mijn nieuwe school. Ik weet eigenlijk weinig over hem, behalve dat hij een enorm vlotte babbel had. Ik wilde niet met hem mee naar huis, maar het was inderdaad te lawaaierig om een gesprek te kunnen voeren in de disco waarin we elkaar ontmoet hadden. En ik wilde best een nieuwe jongen leren kennen, mijn oude vriendenkring was niet veilig meer en mijn nieuwe vriendinnen hadden vriendjes, soms zelfs veel; ze leken zich weinig aan te trekken van reputatie, maar in deze wereld werkte dat misschien wel anders, dacht ik. Bij A. thuis bleek elke kamer, elk bed, elke bank bezet door een vrijend stelletje, op de slaapkamer van zijn ouders na. Het gesprek ontaardde in een drie uur lange campagne om me in zijn ouders' bed te krijgen. Ik vond hem weliswaar aantrekkelijk, maar de gedachte aan seks maakte me doodsbenauwd, ik had immers geleerd dat ik geen enkele controle had over wat er kon gebeuren. En ergens in die drie uur vertelde ik hem zelfs, als reden voor mijn weigering en zo goed en kwaad als dat ging bij iemand die daar de woorden nog niet voor had, wat me het jaar ervoor overkomen was en hoezeer ik daarvan in de war was. Hij reageerde empathisch en begripvol en bezwoer me dat niemand het ooit zou weten dat als ik dat niet wilde. Als ik maar toegaf. Ik kon hem vertrouwen, bezwoer hij me. Uiteindelijk gaf ik toe. En hoewel ik het haat om het te moeten toegeven had de seks iets verlossends.

Ik geloof dat er een dag of drie tussen zat eer ik de hatelijke bijnaam hoorde die hij me gegeven had. Zijn vrienden lieten hem met veel plezier rondzingen door de stad. De spermaton uit Vaassen. Het uittikken maakt me zelfs nu nog misselijk. En zelfs toen ik al studeerde en de tijd van destructieve promiscuïteit en extreem spijbelen die mijn laatste middelbareschooljaren sinds A. had gekenmerkt allang achter me had gelaten, joeg die naam me nog na. Op een corpsfeestje moest ik een heel dispuut van handtastelijke kerels van me af vechten die de bijnaam bleven herhalen. 'Maar jij bent toch... en daarom...' Er bleek een vriendje van A. lid. En ondertussen werden de dodelijke somberheid en onverklaarbare paniekaanvallen niet minder, integendeel. Er waren nu twee dingen waarover ik niet sprak. Pas toen een studievriendin in haar eigen trappenhuis met geweld werd aangerand door een vreemde die haar overviel in haar portiek, kwam het eerste verhaal eruit (dit is de eerste keer dat ik over het tweede schrijf). Toen liep ik overigens al bij een psychiater na een incident met een pot pillen. En de vriendin nam het me niet bepaald in dank af, dat ik  het eindelijk over mijn lippen kreeg terwijl haar net iets verschrikkelijks was overkomen. Van een Olympische Spelen van Misbruik wist ik ook nog niks. Laat staan dat ik ooit van geïnternaliseerde misogynie had gehoord.

Ik heb me vaak afgevraagd waarom ik als wegwerpseksobject gebruikt worden zo veel erger vond dan wat er na de bloedmaan voorviel. Het laatste was uiteindelijk een aanranding van enkel mijn lichaam; het eerste voelt, ook nu nog, als een aanranding van het intiemste deel van mijn geest, mijn vertrouwen. Ik kan ook nu nog alleen seks hebben met iemand die ik door en door vertrouw en die zich uitentreuren heeft bewezen. En pas nu, door de actie #zeghet, begrijp ik dat waarom. Wat vriendje 2 deed, ontstond uit een vlaag van onmacht en was op dat moment inderdaad misschien bedoeld om me te vernederen, maar uiteindelijk vernederde het me niet echt. Het was ook geen misogyne daad, geen signaal van een onderliggend pervers waardenstelsel. Wat A. en zijn vrienden deden was dat wel. Het is bovendien een vorm van misogynie die veel gezichten heeft en diep verankerd zit in onze collectieve psyche. Die vorm heb ik sindsdien maar al te vaak ontmoet, in steeds wisselende gedaantes, waar de casus van vriendje 2 zeldzaam bleef. Maar het is seksueel misbruik, in de letterlijke betekenis. De rol van wegwerpseksobject denigreert je. Stelselmatig en onophoudelijk. En dat kan veel schadelijker zijn dan een vlaag van verwrongen onmacht.

Human_Garbage

Verkrachting, aanranding, onder valse voorwendselen voor wegwerpseks gebruikt worden, sletvrees, victim blaming: het zijn stuk voor stuk symptomen van dezelfde ziekte en er gradaties van ‘ergheid’ aan te hangen is onmogelijk. Dus ook daarom mijn hulde en diepe dankbaarheid voor de actie #zeghet. Laat álle verhalen inderdaad maar rondzingen, totdat álle vermommingen van seksisme, misogynie en misbruik ontmaskerd zijn. Inzicht in die veelheid aan vermommingen is het enige dat ze op termijn onschadelijk kan maken.

 … Damn. Nu is het toch een longread geworden.             

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Gezocht: LOVER-donateurs. Want ook ons bestaan wordt bedreigd. Lees je LOVER graag? Vind je het belangrijk dat de stem van het intersectionele feminisme ook in Nederland blijft klinken? Met een kleine bijdrage kun je ons al helpen. Kijk hier voor meer informatie.

 

Uw reactie

Uw reactie