Joseph Gordon-Levitt
Joseph Gordon-Levitt
Eva M. Verbeek (hoofdredacteur)

Mannen en feminisme: onlosmakelijke eenheid of onmogelijke combinatie?

Mannen en feminisme. Er is weinig dat zoveel verschillende meningen oplevert als de combinatie van deze ogenschijnlijk tegengestelde woorden. Kan een man feminist zijn? Mág een man zichzelf feminist noemen? En in hoeverre is feminisme eigenlijk een mannenzaak? De discussie rond man en feminisme blijkt tijdloos en roept een grote hoeveelheid aan vaak tegenstrijdige vragen op. De meningen zijn duidelijk verdeeld.

Het debat rond feminisme en mannen is wederom opgebloeid. Maar er lijkt meer aan de hand te zijn. Toen Jackson Katz eind 2012 in een TedTalk op effectieve wijze het probleem van geweld tegen vrouwen blootlegde, maakte hij duidelijk dat feminisme ook een mannenzaak is.  En ook al nam Katz nam het woord feminisme niet direct in de mond, zijn toespraak was daardoor niet minder feministisch.  Met een laagdrempelige uitleg over privileges en ‘women’s issues’, verklaarde hij dat het tijd wordt dat mannen zich niet meer onttrekken aan een debat dat fundamenteel over mannen zelf gaat.  Een interessante ontwikkeling, maar ook hierop is de nodige kritiek te vinden. Zo stelt Minh Nguyen in haar artikel ‘The Fake Male Feminist’ dat ze keer op keer teleurgesteld wordt door heteroseksuele, man-feministen die hun feministisch bewustzijn vooral lijken te gebruiken om vrouwen te verleiden tot seks. Haar conclusie is dan ook dat ze ‘liever’  teruggaat naar de tijd waarin het gros van de heteroseksuele mannen van ver te herkennen was als vrouwenhater - die ze prefereert boven de man-feminist van nu met zijn verborgen agenda, die aan het einde van het verhaal altijd een wolf in schaapskleren blijkt.

Cassandra Leveille haakt in op Nguyen’s artikel en schrijft in haar opiniestuk ‘Stop Yawing Over Male Feminists’ op PolicyMic dat ze de trend van het ‘als feminist uit de kast komen’ van beroemdheden als John Legend en Joseph Gordon-Levitt maar ongepast vindt. Als toelichting trekt ze deze trend door naar Robin Thicke’s opmerking dat zijn nummer Blurred Lines feministisch zou zijn. Verder trekt ze ook een vergelijking met Hugo Schwyzer van het enigszins uit de hand gelopen Good Men’s Project. Schnyzer, die zichzelf feminist noemde, bleek een duistere geschiedenis van misbruik te hebben en ook nog eens over een flinke dosis racisme te beschikken.

Wie zichzelf, man of vrouw, feminist mag noemen is overigens ook geen nieuwe discussie. Terwijl het probleem lange tijd juist was dat ‘feminist’ een vies woord gevonden werd, lijken er nu bepaalde eisen te zitten aan je feminist ‘mogen’ noemen. Dit roept de vraag op sinds wanneer feminisme een hokje is geworden waarin je alleen toegelaten wordt als je gedrag overeenkomt met een vaste set standaarden. Is dat juist niet waar het feminisme zich tegen probeert te verzetten? De tendens van feminist als ‘vies woord’ zorgde bovendien lang – en vaak nog steeds - voor een glazen plafond in de sociale verandering.  Als het stigma aan de buitenkant de inhoud tegenhoudt, is het praktisch onmogelijk om mensen te bereiken. Dus misschien is er niets mis met mannen als John Legend en Joseph Gordon-Levitt die met hun ’coming out’ het feminisme een nieuwe associatie geven.

Maar Leveille toont aan dat onze neiging om mannen op hun woord te geloven zonder naar hun daadwerkelijke daden te kijken, ervoor zorgt dat mannen kunnen ontsnappen aan hun verantwoordelijkheid voor hun geprivilegieerde positie als man. Leveille heeft hier een punt, maar de vraag is in hoeverre je alle mannen die het woord feminist in hun mond nemen op één grote hoop kunt gooien. Een man als Robin Thicke, die zo duidelijk naar seksisme riekt, neemt toch niemand serieus als hij het woord feminisme gebruikt. Dat die woordkeus betekenisloos is, is duidelijk.

Minh Nguyen sluit af met de treffende opmerking dat man-feministen maar eens moeten beginnen met een portie zelfreflectie over hun positie en rol in relatie tot de instituties van macht en onderdrukking. Ze heeft een punt, maar gaat voorbij aan het feit dat het gebrek aan dit soort zelfreflectie ook nog steeds een groot probleem vormt bij veel (blanke) vrouw-feministen. Dat maakt het overigens niet minder waar.  Voor sociale verandering is een kritische blik naar de wereld om ons heen onmisbaar. Maar naar onszelf kijken, naar onze eigen rol in deze wirwar van machtsposities en onderdrukking, is waar verandering pas echt begint. In feite gooit Jackson Katz die bal al op, door te benadrukken dat je als man niet je mond kunt houden als een groep mannen zogenaamde onschuldige seksistische grapjes maakt. Jackson geeft het belang van feminisme en zelfreflectie weer zonder daar vrouwen voor in een slachtofferrol te stoppen maar benadrukt dat zowel mannen als vrouwen lijden onder ‘het probleem van de man’.

Al met al zet Jackson een boeiende presentatie neer, maar LOVER-redacteur Tim de Visser wist eind vorig jaar het probleem van mannen en feminisme pas echt effectief aan te pakken door te reflecteren op zijn eigen positie: “Te lang weigerde ik te accepteren dat discussies over seksueel geweld, over heterocisseksisme en racisme, ook over mij gingen, en dat mijn belang daarin geen plaats had omdat de focus op mijn eigenbelang onderdeel was van het probleem”. En daarmee is alles gezegd.

Op de foto: acteur Joseph Gordon-Levitt

Iedereen is Normaal

Iedereen is Normaal

Iedereen is Normaal

Toen ik 14 was en naar school fietste op mijn rolstoelfiets, vroeg een jongen wat er mis met mij was. Ik ben geboren met een hersenverlamming die spastische hemiplegie veroorzaakt heeft. Dat betekent dat de linkerhelft van mijn lichaam niet zo gecoördineerd is als de rechter. Na mijn uitleg vroeg  • Verder

Uw reactie

Uw reactie

Gijs

donderdag 6 mrt 2014 01:49

Stiekem hoop ik nog steeds dat Robin Thicke de daad bij het woord voegt en we binnenkort hem en Pharrell in onderbroek kunnen zien dansen ^_^