07-12-2012
07-12-2012
Asha ten Broeke • 7 dec 2012

Ten Broeke over damesgenot

Van vogels tot makaken: vrouwtjes vinden het ook lekker!

Een vrijdagochtend in een zonnig Amsterdams café. Mijn tafelgenoot is psycholoog-seksuoloog Ellen Laan – expert op het gebied van vrouwelijke opwinding, en daar bijzonder aanstekelijk enthousiast over. Ze heeft haar laptop meegenomen, met daarop een aantal prachtige afbeeldingen van het vrouwelijk geslachtsorgaan.

Zwellichamen

Laan vertelt me dat mannen en vrouwen weliswaar van buitenaf bezien erg verschillend lijken, maar dat de seksuele apparatuur van binnen bezien heel veel overeenkomsten heeft. Zo heeft de vrouw ook zwellichamen – vier stuks maar liefst – die zich als een soort vleugels om de plasbuis en de vagina heen vouwen. Deze vleugels zijn onderdeel van de clitoris, wat een veel omvangrijker structuur is dan dat kleine knopje dat we doorgaans met die naam aanduiden. Wanneer een vrouw opgewonden raakt, zwellen de lichamen van de clitoris op, net als bij een man. Ze krijgt als het ware een soort innerlijke erectie, alleen gebruikt ze die niet om te penetreren maar als een soort stootkussen, zodat seks geen pijn meer doet en, bij voldoende opwinding, erg lekker voelt.

Deze kennis over de volle glorie van de clitoris is nog niet zo lang bekend. De serieuze bestudering van het vrouwelijk genotsorgaan is in de seksuologie lang een ondergeschoven kindje geweest. Daarmee volgt dit onderzoek een typisch patroon: de lust, het plezier en de apparatuur van de dames wordt voor het gemak even buiten wetenschappelijke beschouwing gelaten. In tegenstelling tot de geilheid en het orgasme van de man (nodig om hem aan het seksen te krijgen en te zorgen dat hij niet halverwege de vrijpartij afhaakt) is het immers niet noodzakelijk voor de voortplanting. Een vrouw kan zwanger worden zonder ooit ook maar een greintje opwinding te hebben gevoeld.

Gewoon lekker

De afgelopen jaren keerde dit tij langzaam maar zeker. Onder invloed van een aantal (veelal vrouwelijke) onderzoekers staat damesgenot steeds vaker op de wetenschappelijke kaart. Allerlei voorheen onbeantwoorde vragen worden onderwerp van studie. Zoals: waarom zijn sommige dieren lesbisch? Het is bekend dat bij sommige vogelsoorten de meiden met elkaar vrijen wanneer in de groep de mannetjes schaars zijn. Ook hier werd in eerste instantie een voorplantingsidee aan gehangen: door samen te werken zouden hun jongen betere overlevingskansen hebben. Maar zoals mensen dagelijks op hun werk aantonen is voor een soepele samenwerking seks geen noodzakelijke vereiste. Waarop enkele onderzoekers opperden dat het heel misschien wel zo is dat vrouwtjesvogels en andere damesdieren seks gewoon lekker vinden. Bijvoorbeeld omdat ze anatomisch van binnen zo lijken op de mannetjes, voor wie het lekkere van seks een duidelijke voortplantingstechnische functie heeft.

Een mooi ondersteuning van dit idee las ik in een paper over makaken, een apensoort. Wanneer makaakmeiden worden bestegen door een mannetje, komen ze slechts zelden tot een orgasme. Zelfs de meest capabele mannetjes hebben geen hogere successcore dan zo’n veertig procent. Dat wil echter niet zeggen dat de vrouwtjes dan maar het grootste deel van het jaar hoogtepuntloos door het leven gaan. Wanneer ze goede zin hebben, zoeken ze een ander vrouwtje en bestijgen die. Daarbij wrijven ze hun vulva tegen die van de onderliggende makakendame, totdat ze klaarkomen.

Theorievorming

Op dit moment is in de theorievorming over homoseksualiteit nog nauwelijks plek voor dit soort observaties. De huidige kennis over homoseksualiteit is vrijwel helemaal gebaseerd op mannen en mannetjesdieren – heb je dat typische patroon weer. Neurobioloog Dick Swaab keek nooit in een lesbisch brein. De heersende theorieën over het hoe, wat en waarom van homoseksualiteit – testosteron in de baarmoeder, veel oudere broers vergroten de kans dat de jongste zoon homo is – halen hun bewijs nagenoeg exclusief bij de mannelijke sekse. Voor lesbische vrouwen is in deze tak van sport vooralsnog nauwelijks plek. Laten we hopen ook dit tij snel keert.

Foto: (cc) Fuxoft

Ten Broeke gooit een balletje op

Ten Broeke gooit een balletje op

Ten Broeke gooit een balletje op

Afgelopen mei bood de Amerikaanse psychiater Robert Spitzer zijn excuses aan voor een wetenschappelijke paper die hij in 2001 had gepubliceerd in het vooraanstaande vakblad Archives of Sexual Behavior. Daarin concludeerde hij dat in zeldzame gevallen psychotherapie erin kon slagen om van een homo een hetero te maken. • Verder
Asha ten Broeke  •  20 aug 2012

Uw reactie

Uw reactie