04-12-2011
04-12-2011
Birgit Mara Kaiser • 4 dec 2011

Vakwerk

Vechtend denken

Aan de hand van de nieuwste vakpublicaties signaleert Birgit Mara Kaiser trends in genderstudies.

Onlangs op een boekenbeurs, kwam ik weer in aanraking met mijn grote leermeester: literatuurwetenschapster en feministische theoretica Avital Ronell.

Er was een vertaling verschenen van de gesprekken die de Franse filosofe Anne Dufourmantelle met Ronell had: Fighting Theory.(1) Toen ik even later op de binnenflap de oorspronkelijke Franse titel zag, American Philo, hoorde ik Ronell in gedachten al grinniken: deze verwijst duidelijk naar American Psycho. Typisch Avital Ronell – zo’n echo van popcultuur en zelfironie.

Tegenwoordig staat Ronell vooral bekend als literatuurwetenschapster. Ze begon echter in de jaren 70 als performance kunstenaar met werken die een zeer kritische blik wierpen op de patriarchale samenleving. Later liet ze de performance kunst voor wat het was en stortte zich op literatuur en filosofie. Dat resulteerde in twee hoogleraarschappen (een in Duitse literatuur aan de New York University en een in filosofie aan de European Graduate School in Zwitserland). Haar wetenschappelijk werk doorkruist altijd de disciplines en is sterk feministisch gekleurd, hoewel op een geheel eigen wijze. Ronell schreef over J.W. Goethe en Valerie Solanas, over Friedrich Nietzsche en Kathy Acker. En tot op de dag van vandaag, zelfs na decennia bij de universiteit, overstijgt ze de grens tussen (geestes)wetenschap en performance.

Zo brengt ze nog steeds haar feministische ideeën op de planken in zogenaamde lecture performances, zoals bijvoorbeeld in Berlijn afgelopen jaar in haar recente autobiografische stuk ‘What was I thinking?’(2), of met haar deelname aan de films Performance of the Dead (Granzer/Böhler 2005)(3) en Examined Life (Taylor 2008)(4). De charme en de feministische kracht van haar werk ligt in feit dat het tot op het bot filosofisch en tegelijkertijd ook artistiek en politiek is. Ronell rifft op Nietzsche, Heidegger, Lacan en deconstructiedenkers, terwijl ze tegelijkertijd met literaire verve actuele verschijnselen en impasses verkent van onze globale technologische cultuur en van de feministische kritiek van de 21ste eeuw.

DEMONTEREN

Zelf noemt Ronell de Franse filosoof Jacques Derrida als een van haar invloedrijkste leermeesters en vrienden (ze gaf lange tijd colleges met hem in New York). In Fighting Theory schrijft ze: ‘Of course one could peg me as a Deridienne, but would that be clarifying enough?’. Het is een retorische vraag. Het zou inderdaad niet genoeg uitleggen. En zeker niet over het oorspronkelijke doel van dit boek – een ontmoeting met een Frans publiek – omdat haar Franse lezers, zoals Ronell schrijft, ‘wanted to see an American philosophical adventure unfold. I tried to keep the American accent alive in our conversations, even though I am as foreign – Europe, the Middle East, New York, Czernowitz – as the next writerly creature.’(5)

In dit statement vinden we kort en bondig Ronells feminisme terug: ze maakt haar persoonlijke omstandigheden – geboren in Praag in de vijftiger jaren, als kind van Israëlische diplomaten, getogen in Israël en de Verenigde Staten, gesetteld als intellectuele New Yorkster – tot een politiek-theoretisch momentum van haar denken en benadrukt hierbij haar ‘vreemd-zijn’. Hiermee wordt zeker geen vreemdheid bedoeld in de strikte zin van een paspoort dat je wel of niet hebt, maar eerder vreemdheid in de bredere zin, als een manier van zijn – Ronell toont aan dat ze geen vaste identiteit als Deridienne heeft (ook omdat dit in Amerika iets anders zou betekenen dan in Frankrijk) of zelfs niet als ‘American Philo’. Ze legt in de gesprekken weliswaar de nadruk op haar ‘Amerikaans-zijn’ en ze ‘performt’ als een Amerikaans denker, maar al haar persoonlijke kenmerken zijn niet ‘typisch’ Amerikaans.

Ronell gebruikt dit ‘vreemd-zijn’ in haar werk en denken op verschillende niveaus en lagen om heersende, patriarchale, uitsluitende categorieën van ‘authenticiteit’ en het ‘eigene’ te demonteren. Uitgaande van haar persoonlijke verstrengelingen onderzoekt Ronell hoe de gelaagdheid van deze meervoudige identificaties en biografische voorvallen ons tot subject maakt: geen subject dat volledige controle over zichzelf heeft, maar altijd een subject-in-wording – vloeibaar, onder druk, verstrengeld met anderen, verantwoordelijk voor anderen. Ronell benadrukt steeds weer dat dit in-wording-zijn altijd ingebed is in machtsstructuren – elk in-wording-zijn komt steevast tot stand binnen machtsrelaties: de ‘bruises of misogyny [that] I know about’ en de andere componenten ‘in the expository registers of persistent shaming’ – zoals antisemitisme of racisme.(6)

SCRUPULES

Met haar stijl treedt Ronell in de voetsporen van Hélène Cixous, met wie Ronell vaak in Parijs samenwerkte. Op vergelijkbare wijze zei Cixous namelijk dat haar eigen concept van het feminiene schrijven (écriture féminine) voortkwam uit haar eigen ervaring met seksisme, racisme en discriminatie in het gekoloniseerde Algerije van de jaren 40. Net als Cixous legt Ronell haar biografie op tafel en maakt zij de lichamelijke ervaring van onrecht en kwetsingen tot het momentum van haar denken. Wat ze beleeft, heeft echo’s in haar denken. Als Ronell vandaag op haar eigen werk terugblikt, stelt ze vast: ‘I engaged a practice (…) that placed me in a site of struggle, often on the losing streak yet not entirely down for the count. (…) But I stuck it out, if often with stubborn persistence, as if I were fighting for something beyond my comprehension.’(7) Feministische theorie is dus niet slechts een manier van denken, maar altijd fighting theory – een praktijk en een strijd. Deze strijd behelst altijd een vechten voor iets – een iets waarvan ze niet helemaal zeker weet wat het precies zal inhouden. En dit maakt haar vechtend denken tot een feministische onderneming.

Ronells ‘fighting theory’ levert geen programma op waaraan we slechts invulling moeten geven. Dat zou er namelijk van uitgaan dat we de ander (en ons zelf) kunnen kennen. Ronell benadrukt – met koppige volharding – dat het niet zo makkelijk is de ander te kennen of onszelf te kennen. En juist daarin ligt Ronells ethische hoop: als we de anderen niet werkelijk kennen, zijn ook onze scrupules om hen te doden groter. Als je denkt de ander te kennen, denk je ook zijn vernietiging te kunnen legitimeren. Dat probeert Ronell in haar hele oeuvre te ontkrachten, juist doordat ze laat zien hoe we iets niet weten (Stupidity, 2001; The Test Drive, 2005), hoe we zijn ‘geworden’ met en door anderen (Dictations: On Haunted Writing, 1986), en hoe we verantwoordelijk zijn voor anderen (Telephone Book, 1989). Het vechtend feministisch denken behelst dus vooral – zoals Ronell in de film Examined Life uitlegt – aan de rem trekken: de doodsdrang die onze hyperkapitalistische levenswijze en relaties met anderen bepaalt, stopzetten, zonder van te voren te kunnen weten wat die noodstop zal voortbrengen.

Volgens collega filosoof Diane Davis ontleedt elk boek van Ronell ‘a seemingly recognizable and knowable signifier (Goethe, the telephone, the drug addict, the television, the test, the greeting, stupidity etc.) but then tracks it so closely that it quickly becomes unrecognizable, exceeding its object-status, overflowing itself as a concept. Explicitly breaking with scholarly tradition, a tradition that values mastery and certitude’.(8) Ronell gaat de filosofische en politieke traditie van controle en zekerheid tegen. Ze laat in haar werk zien dat de feministische kracht juist in het ondermijnen van deze traditie ligt, namelijk door aan te tonen dat volledige controle en zekerheid illusies zijn en we voor andere manieren van zijn en andere toekomsten moeten strijden – zonder dat we al weten hoe die eruit zullen zien.

 

Birgit Mara Kaiser doceert literatuurwetenschap aan de Universiteit Utrecht en doet onderzoek op het snijvlak van literatuurtheorie, feministische en postkoloniale theorie.

 

Noten:

(1) Ronell, Fighting Theory (transl. of American Philo, 2006), Chicago, University Chicago Press, 2010.

(2) www.spectralcolloquy.de/what-was-i-thinking

(3) www.univie.ac.at/performanz/pdf/ronell.pdf

(4) www.egs.edu/faculty/avital-ronell/videos/examined-life

(5) Ronell, Fighting Theory 2010, p. ix.

(6) idem, p. ix.

(7) idem, p. viii.

(8) www.cddc.vt.edu/feminism/ronell.html

Uw reactie

Uw reactie