06102017 Kat Jayne
06102017 Kat Jayne
Mensje van Puffelen • 6 okt 2017

Zijn hervonden herinneringen wel zo omstreden?

Een waarheidsclaim onderzoeken is niet de rol van opiniemakers, stelt Mensje van Puffelen. Zo maakte de openlijke vertelling van Griet op de Beeck over haar herinneringen van incest op jonge leeftijd landelijk flink wat los waarin één vraag centraal leek te staan: klopten Op de Beeck's herinneringen wel? Belachelijk, vindt Van Puffelen, want herinneringen van incest zijn vaak vertroebeld en hervonden herinneringen helemaal niet zo omstreden als wordt gedacht. Van Puffelen pleit voor meer aandacht voor het trauma in het publieke debat rondom seksueel misbruik.  

Volgens mij zijn er al genoeg responses geschreven op Max Pams Volkskrant column. Dus weersta ik de neiging het volledige stuk te filleren en richt me op de ene cruciale, maar foutieve, claim van Pam. Crombag en Merckelbach concluderen volgens hem dat hervonden herinneringen 'berusten op een misverstand' en dus zelden kloppen. Ze zouden een volkomen onbetrouwbare methode zijn om incest en ander misbruik op te sporen. Pam vergeet alleen te vermelden dat er veel meer vooraanstaande psychologen en psychiaters zijn die dit anders zien, zoals bijzonder hoogleraar Onno van der Hart en Dr. Ellert Nijenhuis, Prof. Ross E. Cheit, Dr. Suzette Boon, Dr. Nel Draijer, Dr. Nelleke Nicolai, Dr. James A. Chu, Dr. Lisa M. Frey, Drs. Barbara L. Ganzel, en Dr. Julia A. Matthews, en Pierre Janet (1859-1947), om er maar een paar te noemen.

Volgens dezen en meer zijn er voldoende voorbeelden waar herinneringen aan seksueel misbruik zijn verdrongen of te pijnlijk zijn om ze volledig te herinneren. Daarbij vond ik een recenter artikel (2004) – waarvan Merckelbach co-auteur is – met een meer genuanceerde beschouwing dan Pam in zijn column wil doen geloven. Volgens de auteurs van dit artikel zijn verdrongen herinneringen van seksueel misbruik nog steeds een omstreden debat maar zijn beide posities wel dichter bij elkaar gekomen in de afgelopen jaren. Er wordt inmiddels erkend dat tijdens therapie ontstane valse herinneringen welliswaar bestaan, maar ook dat er accurate herinneringen uit voort komen. Dit zijn bijvoorbeeld verdrongen herinneringen, of herinneringen die lang niet zijn bezocht en daarom kunnen worden ervaren als 'hervonden' herinneringen.

Trauma en het geheugen zijn per definitie nauw verbonden op verschillende complexe, maar ook soms omstreden, manieren. Volgens de Canadese filosoof Ian Hacking heeft het woord trauma, voorheen refererend aan een psychische of fysieke wond, ergens tussen 1874 en 1886 in Frankrijk een nieuwe betekenis gekregen. Daar werd het een spirituele of mentale verwonding, die hij een “wond in de ziel” noemt. Trauma kreeg deze extra betekenis doordat het werd verbonden met het geheugen, omdat het niet alleen het lichaam en de psyche verwondde, maar ook de ziel en daarmee het geheugen zelf. Is het werkelijk zo onvoorstelbaar dat er herinneringen zijn die zo pijnlijk zijn dat de geest de herinneringen niet, of niet volledig kan dragen?

Pams conclusie is dat  “Griet Op de Beeck het werk van de twee therapeuten eens (kan) voorleggen aan Crombag en Merckelbach.” Daarmee suggereert hij dat zij zouden claimen dat Op de Beecks herinnering onwaar is – want hun conclusie zou het voor haar “heel wat draaglijker” maken. Deze conclusie is zo kort door de bocht dat het de door Pam zelf aangehaalde onderzoeken zelfs geweld aandoet. En dat is nog los van het enorme geweld dat het de getuigenis van Op de Beeck en anderen aandoet.

Als slachtoffers worden blootgesteld aan schuldvraagomkering (victim blaming) - wat de vorm kan aannemen van onder andere ongeloof of twijfel - kan revictimisatie plaatsvinden. Slachtoffers worden machteloos gemaakt, tot stilte gemaand en worden bang zich uit te spreken. De ervaring kan voelen als een second assault. Lange periodes van stilte en inhibitie van emotionele uitingen hebben een negatief effect op het herstel van slachtoffers. Of zoals Op de Beeck zelf al aangaf bij DWDD: ze was van plan te liegen. Want bij het slachtoffer ligt altijd, hoe pervers ook, een diepe schuld en schaamte. Op de Beeck voegt toe: “En dat is zo verkeerd, om van daaruit dan maar te participeren aan die cultuur van dat grote zwijgen, over die stukken van de werkelijkheid waar we eigenlijk liever niet naar kijken. En dat begrijp ik wel, maar dat heeft nog nooit een slachtoffer vooruit geholpen. Meer nog, dat speelt daders in de kaart.”  

In mijn scriptie over incesttrauma en geheugen is daarom de vraag of de herinneringen waar zijn niet eens gesteld. Één van de autobifictionalographic boeken die ik analyseerde was Daddy’s Girl van Debbie Drechsler. Zij geeft zelf aan dat ze kan twijfelen aan haar herinneringen (net als Op de Beeck): “Writing the stories in Daddy’s Girl was like I was experiencing it. I mean they were really HELL to write. I don’t trust my memory, I forgot (the incest) for most of my life, and now to say ‘I’m going to remember this (…)’.  So I’m really cautious about it. So I’ll say that this stuff really lives inside of me. I don’t know what it means. I suspect that it did happen, but I’m open to the possibility that I just have a warped mind (…)”

Het is onmogelijk het verschil tussen beiden te duiden tenzij door onomstotelijk bewijs dat de incest daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Maar seksueel misbruik van kinderen is per definitie gehuld in taboe en stilte. Hoe kun je de bewijslast van iets dat gedefinieerd wordt door schande en geheimen ontmoeten?

Over het algemeen wordt geaccepteerd dat hervonden herinneringen waar kúnnen zijn. Wat maakt dan de vraag of de individu Griet op de Beeck incestslachtoffer is, zo indringend? Overigens, ik wil hier duidelijk in zijn: ik geloof haar. Waarschijnlijk meer dan ze zichzelf gelooft. Maar is het werkelijk van belang in het publieke debat of zij al dan niet te maken heeft met accurate herinneringen van seksueel misbruik? Hoe moeilijk te geloven en afschuwelijk het ook is: het gebeurt. Fritzl en Dutroux zijn geen hersenspinsels. En als het dan gebeurt, dan met name door vertrouwde personen. Uit Nederlands onderzoek blijkt dat één op de zeven vrouwen voor het zestiende levensjaar een negatieve seksuele ervaring heeft gehad met een familielid.

Hoe opvallend is het dat deze ene publieke getuigenis van incest zo aan de kaak wordt gesteld? Waarom ligt de focus op het geheugen in plaats van op het trauma, de ervaring, het misdrijf zelf? Zou het ook zo worden gevraagd als het om een verdrongen herinnering van een ongeluk, een inbraak of een andersoortige misdaad zou gaan?

Er zijn ontzettend veel vrouwen en mannen die te maken hebben gekregen met incest. Ook nu, dit moment dat jij dit leest, wordt een kind misbruikt. Maar als vrouwen vertellen over hun slachtofferschap wordt het direct opgezogen door een cultuur waar de verhalen van incest en ander seksueel geweld tegen vrouwen weinig getollereerd worden. Het verhaal wordt ontbonden. Het is 2017 en we willen zo graag geloven dat er vooruitgang is, maar ondertussen is er een Amerikaanse president verkozen die vrouwen bij de poes grijpt; besluit een Italiaanse rechter dat het geen verkrachting kan zijn  als ze niet hard genoeg heeft geschreeuwd; en in Nederland is één van onze populairste politici (Thierry Baudet) een uitgesproken verdediger van Julien Blanc: de man die vindt dat je als man vrouwen moet vernederen als je iets van ze wil. "Pak ze bij hun nekvel en duw hun hoofd tegen je kruis, want daar moeten ze toch zijn", aldus Blanc.

Ware het expliciet of impliciet, seksueel geweld is vooralsnog zo “normaal” dat het gewoonweg is hoe het leven voor veel personen is. Het is zinvol voor psychologen, psychiaters, juristen, rechters en politiemensen om het waarheidsgehalte van een claim secuur en voorzichtig te onderzoeken. In het publieke debat daarentegen, zou de focus meer mogen liggen op het seksueel misbruik zelf. De tekenen waaraan je het kunt herkennen en de subsequente trauma’s bijvoorbeeld. Laten we alsjeblieft stoppen te doen alsof valse herinneringen het probleem zijn terwijl we niet eens durven kijken naar de dagelijkse werkelijkheid van seksueel geweld.

 
He-said she-said

He-said she-said

He-said she-said

In de zaak DSK is het 'zijn woord tegen het hare'. Wie in het gelijk wordt gesteld hangt af van wie het meest geloofwaardig wordt geacht. Heike Vis betoogt dat dit gemakkelijk kan leiden tot oordelen die enkel zijn gebaseerd op de beoordeling van personen en nog maar weinig te maken hebben met recht. • Verder
Heike Vis  •   5 jul 2011

Uw reactie

Uw reactie