Nairobi. 1996. Hij hangt ondanks de vele verhuizingen, steeds weer aan mijn uitpuilende koelkast. Zodat ik hem niet vergeet, wanneer ik mopperend mijn overvolle vuilniszakken drie trappen afsjouw.
Het begon zo: Het zou om 17.00 uur beginnen. Wij waren er al om 16.15 uur. Er stond een handjevol mensen, verspreid over de Dam. Plaats genoeg. Om 16.45 uur gingen we een beetje meer in het midden staan. Netjes op de speciaal geplaatste kruisen. Er was nog steeds plaats genoeg. Ik was zelfs een beetje
Wie het kreeg, werd gebrandmerkt en voortaan gemeden als de pest. Eerst leek het gevaar vooral te gelden voor een zekere groep. Een groep waarmee men wereldwijd niet veel ophad. Soms stiekem, maar ook steeds vaker openlijk, werd er gezegd: "Opgeruimd staat netjes." Alras doken hardnekkige complottheorieën
Door veel te vragen onderweg proberen we de straat te vinden waar mijn oma woont. Isadora Madretsma. Voor het eerst bevind ik mij buiten Europa. Dit is zo nieuw voor me dat de spanning om voor het eerst mijn Surinaamse familie, onaangekondigd zelfs, te gaan ontmoeten een beetje wegzwemt in het avontuurlijke