De kracht van vrouwen in protest #1
De strijdlustige suffragettes

In mijn nieuwe serie “De kracht van vrouwen in protest” wil ik laten zien dat rechten niet zomaar worden gegeven, maar al eeuwenlang worden bevochten. De verhalen van protest, collectieve strijd en verzet tegen onderdrukking maken dit glashelder.
Daarom hoop ik met deze serie, waarin ik verschillende verhalen uit de geschiedenis bestudeer, twee doelen te bereiken. Ten eerste wil ik vrouwen en hun strijd zichtbaar maken en hen de waardering geven die zij verdienen. Ten tweede wil ik die strijd niet alleen erkennen, maar ook serieus onderzoeken. Ik kijk naar hun strategieën, overtuigingen en tegenstrijdigheden, niet om hun betekenis te verkleinen, maar juist om ervan te leren. Voor mij betekent waardering meer dan alleen erkenning. Het vraagt om een aandachtige, kritische en historisch bewuste manier van kijken.
In dit eerste artikel richt ik mij op de Women’s Social and Political Union, ook wel de suffragettes in Groot-Brittannië, die vanaf 1903 streden voor vrouwenkiesrecht. Ik onderzoek hoe de suffragettes voor hun rechten streden in een maatschappij waarin vrouwen nauwelijks politieke ruimte kregen. Daarbij kijk ik eerst naar hun acties en strategieën, maar daarna ook naar hun overtuigingen en beperkingen. Wat maakt hun strijd inspirerend, en waar schuurt het juist? En wat kan hedendaags feminisme daarvan meenemen?
Geen woorden maar daden
De strijd van de suffragettes vond plaats in het Edwardiaanse Engeland (1901–1914). In deze historische context werden vrouwen juridisch, politiek en sociaal grotendeels ondergeschikt geacht aan mannen. Van vrouwen werd verwacht dat zij zich richtten op het huishouden en het gezin, terwijl politieke deelname als een typisch mannelijke aangelegenheid werd gezien. Toen vrouwen in de negentiende en vroege twintigste eeuw stemrecht gingen eisen, kwamen zij daardoor in een vrijwel onmogelijke politieke positie terecht. Politieke verandering kon alleen worden gerealiseerd via het parlement, dat volledig door mannen werd gedomineerd. Tegelijkertijd beschikten vrouwen zonder stemrecht over geen enkele politieke invloed om druk uit te oefenen op datzelfde parlement. Hierdoor ontstond een vicieuze cirkel waarin vrouwen structureel buiten de politieke arena werden gehouden.
Tegen deze achtergrond ontstond de militante stroming van de suffragettes, ook bekend als de Women’s Social and Political Union (WSPU). Waar al bestaande organisaties zoals de National Union of Women’s Suffrage Societies kozen voor vreedzame campagnes en parlementaire lobby, brak de WSPU daar bewust mee. Onder leiding van Emmeline Pankhurst (1858–1928) en haar dochter Christabel Pankhurst (1880–1958) zette de beweging in 1903 de stap naar confrontatie en radicaal protest. Hun uitgangspunt was helder: beleefd vragen om rechten was niet langer genoeg. Stemrecht en politieke zichtbaarheid moesten worden opgeëist.
Protest was voor de suffragettes niet alleen een manier om aandacht te trekken, maar vooral om politieke ruimte op te eisen in een maatschappij die hen structureel uitsloot. Filosoof Jacques Rancière (1940–) noemt dit dissensus: het handelen alsof rechten al bestaan, ook al zijn ze nog niet erkend. Precies dat deden de suffragettes. Zij namen plaats in een politieke arena die hen eigenlijk niet was toebedeeld. De suffragettes wachtten niet tot zij politieke ruimte kregen, maar gedroegen zich alsof die ruimte hen al toebehoorde. In eerste instantie gebeurde dat via protestvormen die in die tijd als uitgesproken “mannelijk” golden: marsen, optochten, publieke toespraken en petities aan de koning. Door deze strategie eigenden de suffragettes zich het publieke politieke handelen toe, een domein waarin vrouwen niet werden toegelaten. Tussen 1905 en 1914 radicaliseerde hun verzet verder. Naast deze meer conventionele, maar nog steeds mannelijk gecodeerde vormen van protest, gingen sommige suffragettes over tot militante acties zoals het vernielen van eigendommen, het in brand steken van brievenbussen en het aanvallen van symbolische plekken van mannelijke macht.
De militante acties zorgden ervoor dat veel suffragettes in de gevangenis belandden. Maar dat betekende zeker geen stilstand van verzet. In de gevangenis weigerden suffragettes zich neer te leggen bij de status van “gewone criminelen” en eisten zij erkenning als politieke gevangenen, net als mannelijke politieke activisten. Dat ging over concrete zaken zoals het recht op eigen kleding, zeggenschap over voedsel en het bij elkaar worden geplaatst met vrouwen uit dezelfde beweging.
Echter binnen de gevangenismuren werd de hongerstaking hun krachtigste middel. Door gevangenisvoedsel te weigeren, maakten suffragettes hun lichaam zelf tot politiek instrument. Ze verwierpen het label “crimineel” en dwongen de staat om hen als politieke burgers te erkennen. De toespraken van Emmeline Pankhurst laten zien dat de hongerstaking bewust werd ingezet als een gecoördineerde strategie. Het was geen individuele wanhoopsdaad, maar een collectief georganiseerd drukmiddel, zowel binnen als buiten de gevangenis. Zoals Pankhurst zelf zei: “the authorities have to choose between letting you die, and letting you go; and then they let the women go.” De staat reageerde heftig met dwangvoeding. Suffragettes werden vastgehouden of vastgebonden terwijl via een buis voedsel door hun neus of keel werd ingebracht. Veel vrouwen uit de beweging beschreven deze ingreep als pijnlijk, vernederend en traumatisch. In Britse kranten, waaronder “The Times” (1909–1912), werd de praktijk uitgebreid besproken. Ook artsen en chirurgen erkenden hoe ingrijpend en omstreden de procedure was. De berichtgeving zorgde voor groeiende publieke verontwaardiging en maakte het steeds moeilijker om de vrouwenkwestie te negeren.
Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 stopte de WSPU tijdelijk met haar militante campagne en richtte de beweging zich op de oorlogsinspanning. Tijdens de oorlog namen vrouwen massaal werk over dat eerder als typisch mannelijk werd gezien. Daarmee bewezen zij opnieuw dat de bezwaren tegen politieke deelname van vrouwen vooral gebaseerd waren op genderrollen, en niet op daadwerkelijke ongeschiktheid. Na de oorlog werd in 1918 de Representation of the People Act aangenomen, waardoor vrouwen boven de dertig onder bepaalde voorwaarden stemrecht kregen. Maar pas in 1928 volgde volledig gelijk stemrecht voor vrouwen en mannen in Groot-Brittannië.
Moed met een blinde vlek
De strijd van de suffragettes vond misschien meer dan honderd jaar geleden plaats, maar we kunnen er nog altijd veel van leren.
Wat de suffragettes zo bijzonder maakte was hoe ze hun lichaam gebruikten om ruimte in te nemen in de maatschappij waar vrouwen maar zeer beperkt en volgens genderrollen politiek konden handelen. Hun strijd was overal zichtbaar en onmogelijk te negeren. Ze waren aanwezig op straat, in publiek debat en zelfs in de gevangenis. In lijn met de ideeën van filosoof Jacques Rancière eisten zij rechten op door te handelen alsof ze die rechten al hadden. Hun strijd ging daardoor om veel meer dan alleen stemrecht. Ze lieten zien dat vrouwen prima in staat waren om als volwaardige burgers te handelen, en niet als volgzame, stille of apolitieke burgers zoals vaak van hen werd verwacht. Zo maakten ze duidelijk hoe oneerlijk het politieke systeem eigenlijk werkte. Het verhaal van de suffragettes moet om deze reden nog altijd gehoord en gewaardeerd worden.
Toch zat er ook een blinde vlek in de moed en strijdlustigheid van de suffragettes. De vrouwen van de WSPU zagen zichzelf namelijk niet enkel als activisten die voor hun eigen rechten vochten, maar tegelijkertijd ook als vertegenwoordigers van alle andere vrouwen. In eerste oogopslag lijkt dit misschien heroïsch en sympathiek, maar daardoor ontstond een inherente spanning tussen hun eigen strijd en het idee dat zij namens alle vrouwen konden spreken. In pamfletten en toespraken benadrukte de WSPU regelmatig dat zij andere vrouwen wilde “helpen” en “verlichten”. Rond 1910 schreef de organisatie bijvoorbeeld dat zij vrouwen zelfrespect en vrijheid wilde geven en hen van onwetendheid naar inzicht wilde brengen. Dat werd ook zichtbaar in de positie van arbeidersvrouwen binnen de beweging. Sommigen speelden een actieve en soms zelfs belangrijke rol binnen de beweging. Toch werden zij vaak vooral gezien als de vrouwen voor wie gevochten werd, en minder als vrouwen die zelf richting gaven aan die strijd. Hieruit lijkt het alsof niet alle vrouwen zelf al voldoende politiek bewust waren om hun eigen belangen te vertegenwoordigen. Zo werd er, soms onbedoeld, eerder over andere vrouwen gesproken dan met hen.
Activisme is van iedereen
Wanneer we vandaag terugkijken op vrouwenbewegingen zoals die van de suffragettes, kunnen we daar volgens mij minstens twee belangrijke lessen uit meenemen. We kunnen waardering hebben voor hun moed, hun doorzettingsvermogen en de radicale strategieën die zij voor hun tijd durfden te gebruiken. Zonder hun strijd had ons stemrecht er vandaag misschien heel anders uitgezien.
Tegelijkertijd vraagt hun geschiedenis ook om een kritische blik. Juist de blinde vlekken binnen de suffragettebeweging laten zien dat emancipatie nooit vanzelf volledig inclusief is. Dat is een les die vandaag nog altijd actueel blijft. Ook binnen hedendaagse feministische bewegingen klinkt namelijk regelmatig kritiek dat bepaalde stemmen meer ruimte krijgen dan andere. Zo wijzen zwarte feministen en intersectionele denkers er al jaren op dat mainstream feminisme zich nog te vaak richt op de ervaringen van witte, hoogopgeleide vrouwen, terwijl ervaringen van vrouwen van kleur, trans personen of vrouwen met een beperking minder zichtbaar blijven. Nog steeds bestaat de uitdaging om echt ruimte te maken voor verschillende ervaringen, stemmen en vormen van activisme. Niet iedereen protesteert op dezelfde manier, niet iedereen is zichtbaar op dezelfde plekken en niet iedereen herkent zich in dezelfde vormen van verzet.
Daarom is het belangrijk dat we niet namens elkaar spreken, maar elkaar werkelijk horen. Dat we blijven luisteren naar ervaringen die verschillen van die van onszelf, ook wanneer die ongemakkelijk zijn of ons eigen perspectief uitdagen. Feminisme kan alleen krachtig en rechtvaardig zijn wanneer het ruimte maakt voor die veelheid aan stemmen, in plaats van te veronderstellen dat één groep voor iedereen kan spreken. Want als we elkaar zelfs binnen de strijd voor gelijkheid niet werkelijk blijven zien en horen, schiet feminisme zijn eigen doel voorbij. De geschiedenis van de suffragettes laat zien dat feminisme nooit alleen een strijd mag zijn voor de rechten van een beperkte of homogene groep, maar voor een samenleving waarin iedereen recht heeft op vrijheid, gelijkwaardigheid en een stem. Juist in onze verschillen ligt de kracht van die strijd. En zolang niet iedereen wordt gehoord en meegenomen, is de emancipatie waar feminisme voor vecht nog altijd niet voltooid.
Steun LOVER!
LOVER draait uitsluitend op vrijwilligers en donaties. Wil je dat Nederlands oudste feministische tijdschrift blijft bestaan? Help ons door een (eenmalige) donatie. Elke euro is welkom en wordt gewaardeerd. Meer informatie vind je hier.
Meer LOVER? Volg ons op X, Instagram, LinkedIn en Facebook.





