Het clitoris mysterie

We weten al eeuwenlang veel over de penis. De anatomie ervan staat al decennialang uitgebreid in onze biologieboeken. De volledige anatomie van de clitoris verscheen daarentegen pas rond 2021 in Nederlandse schoolboeken. In gesprekken met de vrouwen om mij heen merk ik hoe verschillend onze kennis over ons eigen lichaam is. Velen weten bijvoorbeeld niet hoe groot en complex de clitoris werkelijk is. Ook ik doe nog regelmatig een nieuwe ontdekking over mijn eigen anatomie en de relatie daarvan tot mijn seksualiteit.
De geschiedenis van de clitoris kent de nodige reuring. Door de eeuwen heen is ze beschreven, vergeten, herontdekt en opnieuw geïnterpreteerd. In dit artikel neem ik je mee in deze geschiedenis. Ik laat zien hoe onze kennis over dit orgaan zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld en waarom het belangrijk blijft om nieuwsgierig te zijn naar ons eigen lichaam. En beantwoord de vraag: Hoe kan het dat een lichaamsdeel dat zo belangrijk is voor seksueel genot nog altijd zoveel vragen en mysterie met zich meedraagt?
Vaag maar ze bestaat
Al sinds de oudheid komen we de clitoris tegen in werken van verschillende geleerden. De Griekse filosoof Aristoteles (384–322 v.Chr.) verwees naar een plek bij de vrouw die overeenkwam met de eikel van een penis, waar zij seksueel genot kon ervaren. De Griekse arts Galenus (ca. 129–216 n.Chr.) beschreef het vrouwelijk geslachtsorgaan als een naar binnen gekeerde versie van het mannelijke geslachtsorgaan, een idee dat zelfs tegenwoordig nog invloedrijk is in de medische wetenschap. Dat de clitoris al in medische en filosofische werken voorkwam, betekende niet dat haar rol bij vrouwelijk seksueel genot goed werd begrepen. Wanneer de clitoris ter sprake kwam, werd ze niet altijd als een normaal onderdeel van het vrouwelijk lichaam beschreven. Zo werd een grote clitoris in sommige teksten in verband gebracht met een grotere seksuele lust en een sterke behoefte aan seks met mannen, eigenschappen die toentertijd juist als ‘afwijkend’ of ‘immoreel’ werden beschouwd.
Van Hollandse bodem
In de 16e eeuw begonnen sommige geleerden zich juist te verbazen over de beperkte kennis van de clitoris. De Italiaanse arts en anatoom Matteo Realdo Colombo (ca. 1515–1559) claimde in 1559 zelfs dat hij de clitoris had ontdekt. Hij beschreef haar als een plek waar vrouwen seksueel genot konden ervaren wanneer deze werd aangeraakt. Ook de Italiaanse arts Gabriele Falloppio (1523–1562) beschreef de clitoris en vergeleek haar met de penis. Toch besteedden deze anatomische werken nog maar weinig aandacht aan de volledige anatomie van de clitoris. Vooral het zichtbare knopje kreeg aandacht. Echter, in de 17e eeuw werd de anatomie van de clitoris uitgebreider in kaart gebracht. De Nederlandse arts Reinier de Graaf (1641–1673) beschreef in 1672 onder meer de glans, voorhuid, zwellichamen, spieren en bloed- en zenuwvoorziening van de clitoris. Ook beschreef hij dat de clitoris bij seksuele opwinding opzwelt. Daarmee ontstond een vollediger beeld van de clitoris, die in de late 17e, 18e en 19e eeuw in steeds meer medische en anatomische werken terugkwam. De clitoris werd daarin steeds vaker erkend als een normaal onderdeel van het vrouwelijk geslachtsorgaan.
Freudiaanse praktijken
Kennis over de clitoris groeide echter niet in een rechte lijn, maar eerder in een golfbeweging. Ze werd steeds opnieuw beschreven, maar ook opnieuw gereduceerd, vergeten of geïnterpreteerd vanuit ideeën over vrouwelijke seksualiteit. Die golfbeweging was in de late 19e en 20e eeuw duidelijk zichtbaar. De neuroloog Sigmund Freud (1856–1939) gaf de clitoris een plaats in zijn theorie over vrouwelijke seksualiteit, die grote invloed had op de manier waarop de clitoris en het vrouwelijk orgasme werden begrepen. In zijn theorie over de psychoseksuele ontwikkeling maakte Freud onderscheid tussen clitoraal en vaginaal orgasme. Volgens hem hoorde clitoraal genot bij een onvolwassen seksualiteit, terwijl een vaginaal orgasme zou wijzen op een volwassen seksuele ontwikkeling. Deze opvatting plaatste vaginale seksualiteit boven clitoraal genot en paste binnen een bredere traditie waarin de mannelijke seksuele ervaring de maatstaf vormde. Seks werd daarbij al snel gelijkgesteld aan penis-vaginaseks, met penetratie als middelpunt. Maar wat betekende dat voor het vrouwelijke genot? Wanneer vaginale penetratie de norm werd, raakte het genot dat niet vanzelfsprekend uit die handeling voortkwam, zoals genot door stimulatie van de clitoris, op de achtergrond. Zo bepaalde niet alleen de kennis over de vrouwelijke anatomie hoe naar de clitoris werd gekeken, maar ook het idee van hoe seks hoorde te verlopen.
Ook in de decennia daarna bleven deze ideeën het wetenschappelijk onderzoek beïnvloeden. De mannelijke anatomie en ervaring gold vaak als uitgangspunt, terwijl vrouwelijke seksualiteit vooral werd bekeken vanuit haar rol in de voortplanting. Dat is bijvoorbeeld terug te zien in onderzoek van evolutionaire biologen in de twintigste eeuw. Zo suggereerde Desmond Morris in 1967 dat het vrouwelijke orgasme de voortplanting kon bevorderen doordat vrouwen na de seks langer zouden blijven liggen….
Tegengeluid
Tegelijkertijd heeft wetenschappelijk onderzoek ook bijgedragen aan nieuwe inzichten in de anatomie van de clitoris en het vrouwelijke orgasme. De wetenschap speelde dus een dubbelrol: ze kon bestaande ideeën over vrouwelijke seksualiteit bevestigen, maar bood ook mogelijkheden om die ideeën te herzien. Zo kwam er vanaf de jaren zestig steeds meer kritiek op deze manier van onderzoek doen. Onder invloed van de tweede feministische golf kregen het vrouwelijk lichaam en de seksuele ervaringen van vrouwen meer aandacht. Een voorbeeld hiervan is Our Bodies, Ourselves (1971), een boek dat door vrouwen werd geschreven en waarin uitgebreid aandacht werd besteed aan het vrouwelijk lichaam en de eigen seksuele beleving van vrouwen. Ook primatoloog Sarah Blaffer Hrdy stelde in The Woman That Never Evolved (1981) bestaande ideeën over vrouwelijke evolutie ter discussie. Ze bekritiseerde de neiging om vrouwen vooral vanuit hun rol in de voortplanting te begrijpen. Daarmee droeg haar werk bij aan een bredere discussie over de manier waarop naar vrouwen en hun seksualiteit werd gekeken. Seksualiteit hoefde immers niet uitsluitend vanuit voortplanting te worden begrepen. Ook vrouwelijk seksueel verlangen en genot verdienden aandacht op zichzelf. En hoewel de clitoris en de penis bepaalde anatomische overeenkomsten hebben, betekent dat niet dat de ene simpelweg de vrouwelijke versie van de andere is.
Van meer kennis naar meer orgasmes?
Er zijn de afgelopen decennia stappen in de goede richting gezet. Tegenwoordig erkennen we dat de clitoris geen klein, onbeduidend lichaamsdeel is, maar een essentieel orgaan voor het vrouwelijke seksuele genot. Bovendien is ze veel groter en complexer dan het zichtbare deel doet vermoeden. Wat we aan de buitenkant zien, is lang niet het hele verhaal. Achter de zichtbare glans bevindt zich een uitgebreid orgaan met een lichaam, twee benen, twee zwellichamen en een groot netwerk van zenuwen en bloedvaten (zie de afbeelding hieronder). Ook in de seksuele voorlichting op middelbare scholen is er meer aandacht gekomen voor de volledige anatomie van de clitoris en voor seksualiteit die verder gaat dan de penis, de vagina en voortplanting. Waar schoolboeken lange tijd vooral de mannelijke anatomie uitgebreid behandelden en de clitoris slechts kort aan bod lieten komen, krijgen onderwerpen als zelfbevrediging, communicatie, toestemming en verschillende seksuele voorkeuren en behoeften steeds meer aandacht. Buiten het onderwijs is de clitoris eveneens zichtbaarder geworden. Seksspeeltjes die gericht zijn op stimulatie van de clitoris, feministische seksshops, queer-feministische porno, feministische literatuur, platforms als OMGyes, podcasts en campagnes over de clitoris maken kennis toegankelijk die lange tijd weinig ruimte kreeg in het publieke debat. Ze benadrukken hoe belangrijk stimulatie van de clitoris is voor het seksuele genot van vrouwen.
Blijf nieuwsgierig!
Wat ik tijdens het schrijven van dit artikel heb ontdekt, is dat er wel degelijk veel kennis over de clitoris beschikbaar was. Hoewel die kennis niet altijd volledig werd vastgelegd of verder onderzocht, is ze terug te vinden in medische werken vanaf de klassieke oudheid tot nu. Mijn tweede ontdekking ligt in het antwoord op de vraag die aan het begin van dit artikel centraal stond: hoe kan het dat een lichaamsdeel dat zo belangrijk is voor seksueel genot nog altijd zoveel vragen en mysterie met zich meedraagt? Het antwoord ligt niet zozeer in een gebrek aan kennis, maar in de negatieve houding tegenover de seksualiteit en seksuele gevoelens van vrouwen. Genderongelijkheid beïnvloedt hoe we naar vrouwelijke seksualiteit kijken, welke vragen de wetenschap stelt, welk onderzoek aandacht krijgt en hoe onderwerpen als de clitoris worden beschreven en gepresenteerd. Zo kon kennis eeuwenlang bestaan zonder breed te worden verspreid.
Dat de negatieve ideeën nog altijd invloed hebben, blijkt ook uit recent onderzoek uit 2026, waarin onderzoekers van Amsterdam UMC een gedetailleerde driedimensionale kaart maakten van de zenuwbanen van de clitoris. De zenuw- en vaatstructuren van de penis werden al in 1989 gedetailleerd onderzocht. Tegelijkertijd bestaat er, ondanks de groeiende aandacht voor de clitoris en vrouwelijke seksualiteit, nog altijd een orgasmekloof. Vooral binnen heteroseksuele seks bereiken vrouwen minder vaak een orgasme dan mannen. Onderzoek laat bovendien zien dat vrouwen die seks hebben met vrouwen vaker een orgasme bereiken dan vrouwen die seks hebben met mannen: 86 tegenover 65 procent. Deze verschillen roepen vragen op over de manier waarop we naar seksualiteit kijken en wiens genot daarin centraal staat. Het mannelijke orgasme wordt vaak als vanzelfsprekend beschouwd, terwijl het vrouwelijke orgasme juist als ingewikkeld en onvoorspelbaar wordt voorgesteld. Van vrouwen wordt bovendien verwacht dat ze minder seksueel verlangen hebben, passiever zijn en minder nadrukkelijk voor hun eigen genot opkomen. Zo blijven ideeën bestaan die het mannelijke genot centraal stellen en dat van vrouwen naar de achtergrond schuiven.
Ik geloof dat meer kennis over de clitoris kan helpen om traditionele ideeën over vrouwelijke seksualiteit ter discussie te stellen. Maar kennis alleen is niet genoeg! We moeten kritisch blijven kijken naar de maatschappelijke verwachtingen die ons seksuele gedrag beïnvloeden en naar de manier waarop genderongelijkheid doorwerkt in onze kijk op onze seksualiteit. Daarom wil ik met dit artikel oproepen om nieuwsgierig te blijven naar je eigen clitoris en bewust aandacht te geven aan je eigen seksuele genot. Niet alleen voor jezelf maar ook als een feministische actie. Onze clitorissen verdienen de volle aandacht. Onze seksuele gevoelens en behoeften verdienen het om serieus genomen te worden. Ze staan niet in dienst van het mannelijke genot en zijn daar ook geen tegenhanger van. Want zolang we vrouwelijke seksualiteit blijven bekijken door de bril van genderongelijkheid, zal het mysterie van de clitoris nooit helemaal verdwijnen.

Steun LOVER!
LOVER draait uitsluitend op vrijwilligers en donaties. Wil je dat het oudste Nederlands feministische tijdschrift blijft bestaan? Help ons met een (eenmalige) donatie. Elke euro is welkom en wordt gewaardeerd. Meer informatie vind je hier.
Meer LOVER? Volg ons op Instagram, LinkedIn en Facebook.





