Menstruatie Mythes

Beeld van Kim Dijkstra - 26-03-2026
Beeld van Kim Dijkstra - 26-03-2026
Noah Berger
Noah Berger • 27 mrt 2026

De menstruatie is een lichamelijke cyclus, gestuurd door hormonen en zichtbaar in het bloed. Het is een van de meest voorkomende biologische processen ter wereld. Maar ondanks dat wereldwijd miljoenen mensen deze cyclus elke maand doormaken, blijven gevoelens van schaamte en misverstanden bestaan over wat dit daadwerkelijk betekent voor degenen die het ervaren. Voor een groot deel van deze mensen is toegang tot producten en voorzieningen nog altijd niet vanzelfsprekend, zoals menstruatieproducten en veilige plekken om deze te gebruiken en te verschonen. Ook ontbreekt het vaak aan passende medische hulp, zoals het serieus nemen van menstruatieklachten en het bieden van effectieve behandelingen.

Menstruatie is niet alleen een biologisch proces, maar wordt ook gevormd door sociale en culturele factoren. In dit artikel laat ik zien hoe menstruatie door de geschiedenis heen altijd beladen is geweest en hoe daaruit een hardnekkig negatief narratief is ontstaan: dat menstruatie verborgen moet worden, dat het een zwakte is en zelfs dat het vrouwen minder maakt. Dit narratief blijft ons denken en handelen tot op de dag van vandaag sturen, vaak zonder dat we ons daarvan bewust zijn. Dit is niet zonder gevolgen: het stigma rond menstruatie houdt stand, kansen worden beperkt en genderongelijkheid wordt versterkt. Daarmee dringt zich een belangrijke vraag op: hoe kunnen we het negatieve menstruatie-narratief doorbreken?

Menstruatie door de eeuwen heen: mythen en misverstanden

Menstruatiebloed wordt al sinds de oudheid als meer dan een biologisch gegeven geïnterpreteerd. Zo werd de maandelijkse cyclus verbonden met de maan, met vruchtbaarheid en met kosmische ritmes. Menstruatie werd in verschillende gebieden zowel aanbeden als gevreesd. Het was voor sommigen een bron van leven en voor anderen iets dat de orde kon verstoren. Een bekend voorbeeld van deze vrees is te vinden in het werk van de Romeinse auteur Plinius de Oudere (23–79). In zijn werk Naturalis Historia schreef hij over de vermeende gevaren van menstruerende vrouwen. Volgens hem zou wijn in azijn veranderen, zouden spiegels breken, gewassen verdorren en dieren een miskraam krijgen wanneer zij in de buurt waren.

Ook in de late middeleeuwen duiken dit soort opvattingen op. In teksten als Der vrouwen heimelijcheit, een leerdicht uit de 15e eeuw over gynaecologie en verloskunde, werd praktische kennis over het lichaam van vrouwen vermengd met wat we nu mythen en bijgeloof zouden noemen. Zo stond er bijvoorbeeld dat vrouwen tijdens hun menstruatie last konden hebben van hoofdpijn of rugpijn, iets wat herkenbaar is. Maar tegelijk werd er gewaarschuwd dat zij geen spiegels mochten aanraken, geen voedsel mochten bereiden en zelfs een kind konden “infecteren” met een blik.

In de 16e en 17e eeuw richtten geleerden op de wetenschappelijke aspecten. Zij stelden vragen als: waar ontstaat menstruatiebloed, hoe bereikt het de baarmoeder en waarom menstrueert slechts een deel van de mensheid? De Nederlandse arts Reinier de Graaf (1641–1673) stelde bijvoorbeeld dat menstruatiebloed tijdens zwangerschap en borstvoeding het kind voedde. Hoe schadelijk kon het dan werkelijk zijn? Voor veel artsen in deze periode was menstruatie simpelweg een van de manieren waarop het lichaam overtollige stoffen afvoerde, vergelijkbaar met urine of zweet. Sommigen stelden zelfs dat het vrouwenlichaam zich door menstruatie effectiever kon reinigen dan het mannenlichaam.

Na het beschrijven van deze historische narratieven is een kanttekening noodzakelijk. Hoewel deze voorbeelden in hun eigen historische context moeten worden begrepen, is het duidelijk dat menstruatie door de geschiedenis heen werd beleefd door degenen die menstrueren, maar vooral werd beschreven en geïnterpreteerd door anderen die dat niet deden. Dat besef is cruciaal om te begrijpen waar ideeën vandaan komen, hoe ze zijn verspreid en en waarom menstruatie nog steeds omgeven is door stigma en misverstanden, zeker wanneer we kijken naar de wetenschap vanaf de achttiende eeuw en haar invloed.

De wetenschap als versterker van het stigma

Vanaf de achttiende eeuw ontstond een ontwikkeling waarbij wetenschap niet alleen met een medische, maar ook vooral met een morele blik naar het lichaam keek. “Kennis” over het lichaam werd steeds vaker ingezet om de sociale en politieke orde te legitimeren, en daarmee ook ongelijkheid tussen de seksen. De opvatting dat mannelijke lichamen en eigenschappen de norm waren, kreeg zo een wetenschappelijke onderbouwing. Vrouwen werden bestudeerd als een aparte categorie binnen de mensheid, bekeken door de ogen van de vermeend universele man. De meeste ideeën over het lichaam werden dan ook ontwikkeld door mannen; vrouwelijke ervaringen bleven grotendeels ongehoord. Conservatieve denkers richtten zich bijvoorbeeld op de zogenaamde kleinere hersenen van vrouwen, hormonale ‘wisselingen’, vermeende menstruatie zwakte en andere veronderstelde gebreken. Daarmee werd het bestaande negatieve narratief over menstruatie niet alleen voortgezet, maar ook versterkt door een ogenschijnlijk wetenschappelijke onderbouwing.

Daarmee werd het bestaande negatieve narratief over menstruatie niet alleen voortgezet, maar ook versterkt door een ogenschijnlijk wetenschappelijke onderbouwing. Na medisch onderzoek kwam er meer inzicht in de functie van de eierstokken, waardoor de werkelijke oorzaken van menstruatie werden ontdekt. Toch betekende deze medische vooruitgang niet automatisch een verhelderende blik op menstruatie. Integendeel: deze ontdekkingen versterkten juist het idee de hardnekkige negatieve houdingen. Menstruatie was ongezond en had een negatieve invloed had op vrouwen. Menstruatie werd gezien als een negatieve uitkomst van een zwangerschap die niet plaatsvond. Tekenen van menstruatie werden hierdoor nog meer behandeld als symptomen van zwakte en problematiek.

Menstruatie en maatschappelijke verwachtingen

Deze medische interpretaties legden de basis voor hoe menstruatie sociaal werd beleefd, vooral toen meer vrouwen de werkvloer betraden in de twintigste eeuw. Omdat menstruatie nog steeds vaak werd gezien als iets dat lichaam en geest verzwakt, werden werkende vrouwen al snel negatief neergezet. In de eerste decennia van de twintigste eeuw leefde het hardnekkige idee dat de menstruatiecyclus vrouwen minder geschikt maakte om hun werk goed te doen. Artsen adviseerden hen om het rustiger aan te doen tijdens hun menstruatie, uit angst voor verergerde klachten Tegelijkertijd werd gedacht dat vrouwen elke vier weken emotioneel instabiel en onbetrouwbaar waren, een hardnekkig stereotype dat nog steeds in onze dagelijkse omgeving voortleeft.

Het narratief doorbreken

Onze huidige situatie is ingewikkeld. In vergelijking met het verleden beschikken we over steeds meer gespecialiseerde kennis over menstruatie. Tegelijkertijd blijven stigma’s, desinformatie en negatieve opvattingen hardnekkig bestaan. Dat is geen toeval. De eeuwenoude ideeën over menstruatie, gevormd door mythen, religie en een wetenschap die lange tijd niet de ervaringen van vrouwen centraal stelde, werken nog altijd door. Voor mensen die menstrueren betekent dit in de praktijk nog steeds een gebrek aan begrip, beperkte toegang tot middelen en belemmeringen in het dagelijks leven. Wie menstrueert, wordt nog te vaak neergezet als iemand van wie het lichaam ‘tegenwerkt’, terwijl het probleem niet bij het lichaam ligt, maar bij de manier waarop we er als samenleving naar kijken.

Als we deze tegenstellingen willen doorbreken, moeten we menstruatie anders benaderen. Niet langer als een geïsoleerd biologisch gegeven, maar als iets dat zowel lichamelijk als sociaal en cultureel wordt gevormd. Deze factoren versterken elkaar en hebben tot nu toe vaak een negatieve invloed. Toekomstig onderzoek zou niet alleen moeten gaan over het lichaam, maar ook over persoonlijke ervaringen: hoe het is om te menstrueren in het dagelijks leven, hoe mensen zich voelen en hoe er naar hen wordt gekeken. Tegelijkertijd ligt de verantwoordelijkheid niet alleen bij de wetenschap. Ook wijzelf maken deel uit van dit narratief. De eerste kennis die we krijgen over menstruatie komt vaak uit onze directe omgeving, van familie, leeftijdsgenoten en cultuur, en brengt sporen van oude ideeën met zich mee. Door ons daarvan bewust te worden, kunnen we kritisch kijken naar wat we als vanzelfsprekend beschouwen.

Met dit artikel heb ik vooral nieuwsgierigheid willen opwekken. Er zijn nog zoveel verhalen, perspectieven en onderzoeken die hier niet aan bod zijn gekomen. Van kritische analyses over de commerciële kant van menstruatieproducten tot vernieuwend onderzoek naar de medische toepassingen van menstruatiebloed. Het veld is breder en rijker dan vaak wordt gedacht. Juist daarom is het belangrijk dat we blijven vragen, blijven onderzoeken en ruimte maken voor nieuwe inzichten.


Steun LOVER! 

LOVER draait uitsluitend op vrijwilligers en donaties. Wil je dat Nederlands oudste feministische tijdschrift blijft bestaan? Help ons door een (eenmalige) donatie. Elke euro is welkom en wordt gewaardeerd. Meer informatie vind je hier. 

Meer LOVER? Volg ons op XInstagramLinkedIn en Facebook.