Margie Morris - Stadsarchief Amsterdam
Margie Morris - Stadsarchief Amsterdam
Rosalie Fleuren • 14 aug 2018

De grappigste vrouwen van de vorige eeuw (deel 1)

De opkomst van de eerste cabaretières van Nederland

Cabaret wordt meestal beschreven als een typisch mannengenre. Neem de theatercanon van het Theaterinstituut Nederland, die de hoogtepunten in de Nederlandse theatergeschiedenis zou moeten weergeven. De nadruk ligt echter op de bijdragen aan het cabaret van Pisuisse, Buziau, Toon Hermans, Freek de Jonge en Raoul Heertje. Vrouwen komen we niet of amper tegen in de canon, waardoor ze buiten het genre worden gehouden. Toch hebben enkele vrouwen, zoals Fien de la Mar, Annie M. G. Schmidt en Brigitte Kaandorp, wel degelijk hun stempel gedrukt op het genre. Tijd om aandacht te besteden aan deze onderbelichte vrouwen.

De eerste persoon die cabaret maakt in Europa is namelijk al een vrouw: Yvette Guilbert. In café Le Chat Noir voert Guilbert haar eigen chansons uit. Ze is geïnspireerd door het realisme, dat in romans en schouwburgen de kop op steekt. Ze zingt niet, ze zing-zegt en ‘acteert’ haar liedjes, die ironisch-satirisch genoemd worden. Guilbert adresseert de hypocrisie van mensen in hooggeplaatste functies en doet een oproep tot sympathie voor de onderlaag van de samenleving. Met haar maatschappijkritiek tilt ze het platvloerse en sensuele genre van de café concerts naar een ander niveau. Dit nieuwe genre waait over naar Nederland, waar Eduard Jacobs in cafés aangepaste versies van deze liedjes ten gehore brengt. Deze periode, in 1895, staat bekend als het startpunt van cabaret in Nederland. En eigenlijk wordt cabaret dan al direct door mannen én vrouwen beoefend.

Amusement vóór cabaret

Misschien is het gebrek aan vrouwen in de Theatercanon te verklaren door de valse start die vrouwen in het vak hebben gemaakt. De combinatie ‘vrouwen en vermaak’ riep namelijk al gauw associaties op met prostitutie en lichte zeden. Zelfs in het ‘nette’ circuit konden cabaretières zich maar moeilijk losmaken van dit verwachtingspatroon.

In het nette variété zongen jonge vrouwen onschuldige teksten, die door de uitvoering dubbelzinnig worden gemaakt. Een goed voorbeeld is het nummer “Mannie, maak eens gauw mijn bloesje los”. Het nummer, over hoe vrouwen hun man kwellen tijdens het naar bed gaan, werd ooit ten tonele gebracht door ‘Neerlands Eerste’ soubrette, Louise Fleuron. Zij zingt over de vrouw, die “zich niet kleden kan, zonder bijstand van de man”. Een man mag zijn vrouw alle kledingstukken helpen uittrekken, behalve het laatste. Het nummer is misogyn van toon en gaat gepaard met een kleine striptease (tot de onderjurk uiteraard). De performance is duidelijk bedoeld voor het mannelijk publiek in de zaal, die deze teleurstellingen in de slaapkamer wel zal herkennen.

Hoe lastig het is om succes te hebben bij het publiek en je toch aan de fatsoensnormen te houden, is duidelijk te zien in hoe er geschreven wordt over soubrette Emilie Culp. Culp zong liedjes in de trant van Guilbert: luchtig, maar satirisch en actueel van aard. Daarmee viel ze erg in de smaak. Toneelschrijver Heijermans (van o.a. Op hoop van zegen) schreef over haar: “Iedereen wist dat er nu een beschaafde voordracht zou komen van nietperverse, niet-bedekt-gemeene café-concert-liedjes”. In dezelfde tekst wordt ze als vanzelfsprekend “te fatsoenlijk” genoemd om bij het “heerenpubliek” in de smaak te vallen. Ze was wel graag gezien – maar dan blijkbaar onder vrouwen. Ze heeft de dertig niet gehaald, en stierf voordat ze haar stempel had kunnen drukken.

Deze tweestrijd tussen het hanteren van de fatsoensnormen en succesvol willen zijn, zorgt ervoor dat vrouwen in het cabaret er inhoudelijk behoorlijk bekaaid vanaf komen. Vrouwen spelen rond 1900 voor een publiek dat voornamelijk uit mannen bestaat. Dit levert inhoudelijke beperkingen op: een vrouw speelt in het amusement meestal de rol van object van mannelijke aandacht. Ze zet zichzelf te kijk voor de ogen van mannen door vrouwelijke ondeugden te etaleren, of speelt een rol achter de schermen, als drijvende kracht achter een grote naam. Om tot de grote cabaretiers te worden gerekend moet iemand een zekere mate van subjectiviteit laten zien: een positie die voor veel vrouwen onhaalbaar was.

Vrouwen voor en achter de schermen

Te midden van deze objectiverende sfeer zijn er toch diverse vrouwen actief op verschillende vlakken van het amusement. Vrouwen treden onder meer op als onderdeel van een duo dat komische scènes speelt en populaire coupletten zingt, zoals Heintje Davids met haar broer Louis Davids. En denk eens aan de wereldberoemde Louisette, die met Chrétienni over de wereld optreedt met hun dubbel-act , waarbij een van de eerste filmprojectoren gebruikt werd.

Het filmpje werd afgespeeld in het theater. Het werkte de suggestie dat Chretienni Louisette achtervolgd was van Volendam tot het theater. Aan het eind van het filmpje kwamen ze op gerend en kon de act beginnen. 

Ook droegen vrouwen achter de schermen bij aan de successen van bekende namen. De componiste van Louis Davids, Margie Morris, opereerde bijvoorbeeld ondersteunend bij zijn cabaret. Ze begeleidde zijn liedjes op de piano, maar trad soms ook met hem op. Cabaretière en vriendin Willy Corsari beweert in haar boekje Liedjes en Herinneringen dat Davids zijn volledige succes aan haar te danken heeft. Corsari schreef overigens als een van de weinige vrouwen in haar tijd de teksten van haar liedjes zelf.

Vanaf het eind van de jaren dertig waren er een paar vrouwen die erin slaagden zich te ontworstelen aan de associatie met prostitutie en onzedelijk gedrag. Neem Fien de la Mar, Erika Mann en Martie Verdenius. Over deze vrouwen, die al vroeg de toon zetten in het cabaret, lees je in een volgend stuk meer.

Verder lezen?

Wim Ibo, En nu de moraal van dit lied: Overzicht van 75 jaar Nederlands Cabaret.

Jacques Klöters, 100 jaar Amusement in Nederland.

Uw reactie

Uw reactie