Fictie als tegengif tegen nepnieuws

Over valse waarheden en het belang van empathie voor otters

Boekomslag Valse Waarheden
Boekomslag Valse Waarheden
Josje van Weusten • 12 jun 2026

AI heeft een steeds grotere impact op hoe we de werkelijkheid zien. Het lijkt ons minder empathisch te maken, en ongelijkheid en polarisatie in de hand te werken. Hoe kunnen we hier tegenwicht aan bieden? Josje Weusten betoogt dat fictie ons inlevings- en reflectievermogen kan versterken.

Ik scrol door mijn Insta en blijf hangen bij een post over twee otters in de dierentuin van San Diego. Een vrouwtjesotter houdt haar pasgeboren jong omhoog voor het glas dat haar van de dierentuinbezoekers scheidt. In reactie op de ontroering van het bijeengepakte publiek tilt een mannetjesotter een steen op om die aan de bezoekers te laten zien. Hij hoopt duidelijk op applaus. Vroeger had een dergelijk bericht me zeker ontroerd. Ook nu blijf ik hangen, maar om een andere reden. Is dit echt of nep? Ik google het filmpje. Het blijkt fake. Ik scrol onaangedaan verder.

Het filmpje, dat meer dan een kwart keer bekeken fis, is slechts één voorbeeld van hoe AI ons dagelijks leven binnensluipt. Veel bijdragen in kranten en andere nieuwsmedia over AI richten zich doorgaans echter niet op dit soort alledaagse momenten. Ze speculeren eerder over een toekomst waarin bewuste technologie mensen overbodig maakt of ons zelfs ons voortbestaan bedreigt. Onlangs verscheen in De Standaard een artikel met de kop Alles oké, Claude? over de vraag of we ons in de toekomst zorgen moeten maken om het welzijn van chatbots. En zelfs vanuit Silicon Valley komen er waarschuwingen dat AI het einde van de mensheid kan betekenen.

Zulke doembeelden komen niet uit de lucht vallen. Ze haken aan bij bestaande verhalen over technologische ontwikkeling binnen de westerse cultuur, vooral binnen sciencefiction. Denk aan Mary Shelleys roman Frankenstein (1818), waarin een door een wetenschapper gecreëerd bewust wezen zich tegen hem keert.

De focus op de problemen en gevaren van potentieel bewuste en autonome AI lijkt logisch. Er lijkt immers veel, zo niet alles, op het spel te staan. Maar wie zich daarop blindstaart, loopt het risico de morele en sociale vragen te missen die AI ons nú al stelt. Vragen over de manieren waarop deze technologie ons leven, onze waarneming en daarmee onszelf verandert.

Van de toeslagenaffaire tot de manosphere
Door AI vooral in termen als autonoom of menselijk te bespreken raken de beslissingen en verantwoordelijkheden van de mensen die AI ontwerpen en gebruiken uit beeld. AI is echter allesbehalve ideologisch neutraal. Vooroordelen en machtsongelijkheden werken door in het ontwerpen de inzet van AI. Denk alleen al aan de algoritmes die een rol hebben gespeeld in de toeslagenaffaire. De Nederlandse Belastingdienst gebruikte een fraude-opsporingssysteem dat het risico op fraude onder meer koppelde aan het hebben van een tweede nationaliteit.

Zulke discriminerende mechanismen beperken zich niet tot ras of etniciteit. Uit het wetenschappelijke overzicht in het artikel Gender in the Machine (2025) blijkt onder meer dat de meeste chatbots en AI-assistenten dankzij hun feminiene design traditionele opvattingen over vrouwen en vrouwelijkheid bestendigen.

Bovendien is er een zorgwekkende tendens om met behulp van AI-technologie deepfake-porno, waaronder wraakporno, te maken. Het leeuwendeel van de slachtoffers hiervan is vrouw, zo blijkt uit recent onderzoek van juriste Karolina Mania. Uit diezelfde studie komt naar voren dat de wettelijke bescherming van slachtoffers van deepfakes en wraakporno in de EU flink tekortschiet.

Daar komt bij dat algoritmes van platforms als TikTok en Instagram jonge mannen steeds vaker richting de manosphere duwen. De toxische impact hiervan op het zelfbeeld van mannen en hun perceptie van vrouwen wordt goed zichtbaar in de recente documentaire Inside The Manosphere (2026) van Louis Theroux.

AI heeft dus een vliegwieleffect op uitbuiting en negatieve stereotypen en ondermijnt onze bereidheid en vaardigheid om ons in anderen te verplaatsen. Niet alleen algoritmes waarmee we data proberen te beheersen, maar ook deepfake-beelden dragen hieraan bij. Het voorbeeld van de otters aan het begin van dit artikel lijkt misschien triviaal, maar maakt duidelijk hoe de aanwezigheid van fakes ons verandert. We zijn bij voorbaat minder bereid om te kijken, te luisteren en ons te laten raken. Hoe kunnen we nog voor een ander openstaan als we niet meer weten wat echt en wat nep is?

Romans als tegengif
Juist fictie, en in het bijzonder de (nabije-)toekomstroman, kan hieraan een tegenwicht bieden. Dat lijkt paradoxaal: sciencefiction voedt immers ook de verbeelding van AI als een autonoom, vernietigend wezen. Toch hebben we fictie nodig om weerstand te bieden aan de impact van nepbeelden. Niet in plaats ván, maar als aanvulling op meer inclusieve, ethisch doordachte AI, betere regelgeving voor gebruik en juridische bescherming van slachtoffers van misbruik.

Hoewel het bij fictie, net zoals bij deepfakes, gaat om verzonnen verhalen en personages, is er een cruciaal verschil. Bij fictie bestaat er een impliciete afspraak tussen de lezer en de auteur dat het om fictie gaat. Die afspraak maakt het mogelijk om ons open te stellen, ons mee te laten voeren en ons te verplaatsen in anderen. Romans spreken bij uitstek tot ons empathisch vermogen, omdat ze ons direct toegang geven tot het innerlijk van de personages.

Om dat vermogen te versterken, is het in het bijzonder goed om boeken met uiteenlopende personages en van diverse auteurs te lezen. Uit de studie Dit is geen vrouwenboek (2020) over gender, leesgedrag en literaire kwaliteit van Corina Koolen blijkt dat vooral cis-mannelijke lezers nog vaak grijpen naar boeken van auteurs en personages die net zoals zij zijn. Voor het versterken van empathie is het belangrijk om breed te lezen.

Ook is het belangrijk om niet te letterlijk te lezen. Technologie fungeert namelijk vaak als metafoor in sciencefictionboeken. Dit geldt voor Frankenstein, maar ook voor het werk van Ursula K. Le Guin en voor recentere speculatieve romans als Machines Like Me (2019) van Ian McEwan of Klara and the Sun (2021) van Kazuo Ishiguro. Dit soort romans wordt vaak gelezen alsof ze de toekomst voorspellen, terwijl ze juist op indirecte wijze reflecteren op de huidige samenleving en wat het betekent om mens te zijn.

Romans kunnen bovendien zichtbaar maken hoe technologie het dagelijks leven al beïnvloedt. In mijn nabije-toekomstroman Valse waarheden(2026) onderzoek ik bijvoorbeeld wat er gebeurt wanneer een seksistische nepvideo viraal gaat en voor echt wordt aangezien. Wat drijft iemand ertoe om zo’n filmpje te maken? Wat betekent het om verantwoordelijk te zijn voor zo’n video? En wat doe je als de gevolgen niet meer te overzien zijn?

Via fictie kunnen we dit soort ethische vragen op een invoelbare wijze verkennen. Fictie biedt daarbij ruimte voor ambiguïteit, voor verschillende perspectieven, en maakt abstracte kwesties concreet. Zo kan fictie een waardevol startpunt zijn om na te denken over hoe AI en beeldmanipulatie doorwerken in identiteit en (machts)relaties, zonder onze empathie te verliezen. Ook voor otters.

Over de auteur
Josje Weusten (zij/haar) is schrijver en docent creatief schrijven en literatuur aan de Universiteit Maastricht, met een achtergrond in genderstudies. Haar debuutroman Valse waarheden(2026) is vandaag gepubliceerd.


Steun LOVER!
LOVER draait uitsluitend op vrijwilligers en donaties. Wil je dat Nederlands oudste feministische tijdschrift blijft bestaan? Help ons door een (eenmalige) donatie. Elke euro is welkom en wordt gewaardeerd. Meer informatie vind je hier.