Foto: TIMAF
Foto: TIMAF
Jasmijn Huisman (redacteur)

Een verschillensamenleving

Het benoemen van verschillen lijkt een ingrediënt voor verandering, maar slaan we er niet in door? Misschien moeten we vaker kijken naar dat wat ons verbindt.

'Oh nee, maar zij kan toch helemaal niet inparkeren! Ze is een vrouw', vang ik op, al nippend van mijn wijn. Jaarlijkse festiviteiten met familieleden vragen om dergelijke uitspraken, blijkbaar. Het stoort me enigszins, maar ik hou mijn mond. Tegelijkertijd intrigeert het me waarom deze opmerking me zo stoort. Misschien kan ze ook wel helemaal niet inparkeren, so what? Niemand die daar wakker van ligt. Afgezien van wat beschadigde auto's wellicht, maar ach. Misschien omdat ik het wat simpel vind. Een beerput vol clichés opentrekken lijkt weinig vernieuwend. Mannen waren jagers, vrouwen kunnen niet inparkeren. Ja, ja, die kennen we inmiddels wel. Kijk ik misschien liever naar wat ons verbindt, in plaats van waarin we van elkaar verschillen?

Tegelijkertijd kunnen juist deze verschillen razend interessant zijn. Zo keek ik afgelopen week aandachtig naar het 'operatie interview' van de Balie door Sunny Bergman, waarbij Youp van 't Hek onder de loep werd genomen. De twee werden het maar niet eens over het woord 'pisnicht', waarbij Bergman bleef benadrukken dat juist woorden als deze, uit de woorden van deze invloedrijke man, een normaliserende werking zouden hebben. Bergman zei vervolgens dat hij daarmee een trap na zou geven aan een minderheidsgroep die het toch al moeilijk had. Van 't Hek begreep Bergman niet en mijn gedachten dwaalden af naar de quote van David Gaider: 'Privilege is when you think something is not a problem because it's not a problem to you personally'.

Toch begint er bij deze gedachten iets bij mij te kriebelen. Ik begreep Bergman wel degelijk, aangezien taalconstructies voortkomen uit machtsrelaties. Maar er was wel iets wat me dwarszat gedurende het interview, en dat is dat Bergman van 't Hek impliciet bleef wegzetten als 'boze witte man', als de stereotype 'boomer'. Je zag dat hun onderlinge verschillen tussen hen in kwamen te staan, waardoor ze nauwelijks meer naar elkaar luisterden. Ze deden weinig hun best elkaar echt te begrijpen, waardoor alleen het verschil overbleef. Ondanks het spannende debat, zijn ze weinig met het interview opgeschoten en leek het interview een schoolvoorbeeld te zijn van 'linkse feminist' vs 'boze witte man'. 

Terwijl het helemaal niet zo hoeft te zijn. Ik denk dat onze huidige samenleving zo ingericht is op verschillen, dat we vergeten te kijken naar onze overeenkomsten. Er is natuurlijk commercieel gewin te behalen aan deze verschillen, en dus worden we ook zo gemanipuleerd dat deze verschillen benadrukt worden. Zo ook de verschillende opinies ten opzichte van feminisme: het woord alleen al roept een negatieve connotatie op bij mensen. Dit komt onder andere door radicale feministen die soms geneigd lijken te zijn mannen als de vijand te zien, of alles wat economisch of politiek rechts is, af te wimpelen als 'onjuist'. Maar ik denk dat uiteindelijk heel veel mensen redelijk dezelfde dingen willen.

In het boek De meeste mensen deugen schrijft Rutger Bregman dat het hormoon oxytocine ons als mensen onderscheidt. Dit maakt ons menselijk omdat we in staat zijn liefde te ervaren voor de medemens. Maar, spoiler: de liefde voor de 'medemens' is in de praktijk beperkt tot soortgenoten. Als mensen er anders uitzien dan wijzelf, stuiten we vaak op onbegrip. Op verschillen. Het gesprek tussen Bergman en van 't Hek lijkt daar een goede belichaming van: je ziet het onbegrip, je ziet de kadering van de ander. Ikzelf maak me hier eveneens schuldig aan. De opmerking tijdens de familiegelegenheid viel bij mij meteen verkeerd en ik had meteen een bepaalde associatie bij de persoon die deze woorden over zijn lippen liet rollen. Het kaderen in mijn hoofd was al begonnen: tot politieke, economische en sociale voorkeuren aan toe.

Ook al doen de hersenen dit wetenschappelijk gezien automatisch, denk ik toch dat we onszelf tegen een verschillensamenleving kunnen wapenen. Hoe? Door de mens te zien. Door de mens te zien door de aannames, vooroordelen en stigma's heen. Laatst zag ik in de tram dat een oudere dame een meisje een zakdoekje gaf. Omdat ze zag dat het meisje in tranen was. Net zoals het kaderen dat wetenschappelijk gezien vanzelf gaat, gaan deze menselijke acties schijnbaar ook vanzelf. Een man die een vrouw helpt met het tillen van een buggy, een jonge vrouw die opstaat voor een oma. Dit soort acties. Gewoon omdat we allemaal hetzelfde willen. Gezien worden, geliefd zijn. Niks vooroordelen, niks stigma's. Gewoon, een menselijke actie. Van mens tot mens. Shit, hebben we het uiteindelijk toch weer over die beerput van clichés.

Uw reactie

Uw reactie