flag-rainbow-colors-standing-2496729
flag-rainbow-colors-standing-2496729
Maaike van Leendert (redacteur)

Het belang van voorlichting over seksuele diversiteit en genderdiversiteit

Eerder dit jaar stond de organisatie Gezin in Gevaar nog voor ‘mijn’ universiteit met borden over ‘LHBT-rupsen’ die het gemunt zouden hebben op de kinderen. Woedend beende ik erheen, maar toen ik aankwam, waren ze al weg.

Even later vond ik mezelf terug op een bankje op de campus met een machteloos gevoel. Al jaren deed ik zo mijn best om door middel van voorlichting over seksuele diversiteit en genderdiversiteit de samenleving wat mooier te maken en toch stuitte ik zomaar op zo’n hatelijk protest. En dat in Nederland, in het oh-zo-linkse Nijmegen, zelfs.

Wij Nederlanders vinden onszelf en de samenleving vaak zeer tolerant, vooral als het aankomt op de emancipatie van LHBT+-ers. Die mensen die protest voeren zijn toch maar in een kleine minderheid? We geloven zo heilig in onze eigen tolerantie, dat we het belang van voorlichting over seksuele en genderdiversiteit op het (middelbaar) onderwijs niet altijd inzien. Want wij waren het eerste land met het homohuwelijk, weten we dat nog wel?

Voorlichting, hoe zit dat eigenlijk?

 Sinds 2012 is het op alle Nederlandse scholen verplicht om aandacht te besteden aan seksualiteit, diversiteit en met name seksuele diversiteit. Hoe de scholen dit invullen en wat ‘aandacht besteden aan’ inhoudt, is echter nergens vastgelegd. Wanneer een docent benoemt dat homoseksualiteit bestaat, maar dat dit moet worden afgekeurd, wordt er immers ook aandacht aan het onderwerp besteed. Daar komen scholen dan gewoon mee weg.

De manier van voorlichten verschilt dus sterk per school. Een deel van de middelbare scholen kiest ervoor om het geven van voorlichting uit te besteden, bijvoorbeeld aan een van de vrijwilligersteams van belangenorganisatie COC, waar ik deel van uitmaak. Nu zou je kunnen denken: vrijwilligers voor de klas? Mensen die veelal geen opleiding hebben gevolgd om les te mogen geven? Moeten zíj mijn kinderen iets gaan leren? Nou, ja dus.

Een eigen verhaal

Mensen die terugvallen op bovengenoemde vooroordelen, zijn waarschijnlijk vergeten dat voorlichters zelf een harde, maar daardoor wel nuttige leerschool hebben gehad: zij zijn zelf LHBT+-ers of hebben veel met LHBT+ te maken gehad in hun directe omgeving. Dit is om meerdere redenen belangrijk.

Ten eerste zijn leerlingen vaak toleranter als ze een LHBT+-er kennen[1]. In een voorlichting van het COC is het vertellen van het ‘eigen verhaal’ dan ook een belangrijk onderdeel. In dit verhaal vertelt de voorlichter hoe het was om achter diens eigen seksualiteit en of gender te komen en om uit de kast te komen, waardoor de leerling een goed beeld kan krijgen van hoe het leven van een LHBT+-er kan zijn.

Daarnaast is de (fysieke) aanwezigheid van een LHBT+-er belangrijk voor de leerlingen in de klas die zelf in de kast zitten of vermoeden niet hetero en/of niet cisgender (tegenovergestelde van transgender) te zijn. Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau uit 2010 blijken schokkende zelfmoordcijfers onder LHB-jongeren. Onderzoeksbureau Movisie geeft verschillende redenen voor deze hoge cijfers, waaronder zogenaamde ‘minderheidsstress’: stress die voortkomt vanuit ‘anders zijn’. LHBT+-ers zijn nu eenmaal niet de norm in de wereld en hebben daarnaast binnen hun gezin vaak geen identificatiemogelijkheid. Ze moeten hun identiteit dus echt zelf gaan ontdekken en ontwikkelen. Het is daarom belangrijk dat deze jongeren regelmatig mensen zien waarmee zij zich wél kunnen identificeren, zodat ze een gezond beeld kunnen creëren van hun eigen identiteit.

Het bovengenoemde lijkt misschien allemaal een beetje overdreven, maar denk je even in: toen ik zelf bijna zes jaar geleden uit de kast kwam, kende ik een handjevol andere lesbiennes bij mij op school. Mijn beeld van ‘de lesbienne’ bestond uit deze paar meiden plus een aantal andere pubermeisjes die ik had leren kennen in de donkere hoekjes van in-de-knoop-met-jezelf-puber-sociale-media. Niet lang na mijn coming out sleurde ik dan ook een vriendin mee naar de mannenafdeling van de H&M om daar een lompe, geruite flanel te kopen, waar ik me absoluut nooit gelukkig in heb gevoeld, maar ik dacht dat het hoorde. Ik had persoonlijk best graag een lesbienne in een jurk willen zien die me zei: ‘Hey, het is oké als je je ‘vrouwelijk’ wilt kleden als lesbienne. Je genderexpressie en je seksualiteit zijn namelijk twee verschillende dingen.’

Begrijp me niet verkeerd, ik denk echt niet dat ik voor al die leerlingen een inspiratiebron ga zijn en ze door mijn verhaal allemaal toleranter worden. Maar zolang er hatelijke protesten plaatsvinden en ik die organisaties niet zelf kan wegjagen omdat ik niet zo snel ben op mijn ‘onlesbische’ hakken, blijf ik doorgaan met proberen de aankomende volwassenen iets beter na te laten denken voordat ze zich uitspreken tegen LHBT+-ers. Voorlichting is daarvoor essentieel voor het menselijke aspect, die de docent op school niet altijd voldoende kan bieden.

 

Voetnoten

[1] Zie bijvoorbeeld het onderzoek Anders in de klas van het Sociaal Cultureel Planbureau of Overbruggen van vooroordelen door kennismaking van Kennisplatform Integratie & Samenleving.

Uw reactie

Uw reactie