Gemeente Utrecht, dicht de loonkloof voor 2027

Volgens Utrecht BIJ1 moet de gemeente nu werk maken van gelijke beloning

Beeld door Hannah Vonk 13032026
Beeld door Hannah Vonk 13032026
Laura van Stein
Laura van Stein • 13 mrt 2026

Ook na de Feminist March moeten we over gendergelijkheid blijven praten. Zeker met het oog op de komende gemeenteraadsverkiezingen, waarin kiezers bepalen welke koers hun stad de komende jaren inslaat. Want hoewel gelijke beloning voor gelijkwaardig werk in Nederland al sinds 1975 wettelijk is vastgelegd, is het in de praktijk nog altijd geen realiteit. De loonkloof bestaat nog steeds en wordt hardnekkig in stand gehouden door structurele ongelijkheid op de arbeidsmarkt. Wie gendergelijkheid serieus neemt, kan daarom niet om een intersectionele benadering heen: alleen door te erkennen hoe verschillende vormen van ongelijkheid elkaar versterken, kunnen we de loonkloof daadwerkelijk begrijpen en aanpakken.

Utrecht profileert zich graag als een progressief baken en een “mensenrechtenstad”. Maar vorig jaar is de loonkloof in deze stad niet eens verder gekrompen. Bijna een halve eeuw na de invoering van deze wet verdienen mensen nog steeds niet gelijk voor gelijkwaardig werk. Mooie woorden over gelijkheid betekenen weinig zolang radicale gelijkwaardigheid en economische rechtvaardigheid uitblijven.

Een deel van het probleem is dat we de ongelijkheid nog altijd maar beperkt in beeld hebben. In Nederland wordt weinig onderzoek gedaan naar verschillen in beloning tussen verschillende groepen. Het meeste onderzoek richt zich uitsluitend op het verschil tussen mannen en vrouwen, alsof dat de enige twee genderidentiteiten zijn en alsof het homogene groepen betreft. 

Uit dat onderzoek blijkt dat vrouwen in Nederland gemiddeld nog altijd 10,5 procentminder per uur verdienen dan mannen. Kijken we naar het jaarsalaris, dan loopt het verschil zelfs op tot 38 procent. Dit komt deels door onze hardnekkige deeltijdcultuur: vrouwen worden vaak richting deeltijd gepusht omdat publieke voorzieningen zoals kinderopvang simpelweg te duur of ontoegankelijk zijn. Minder uren werken betekent minder inkomen, minder pensioenopbouw en minder financiële onafhankelijkheid. Daarnaast zien we dat sectoren waar veel vrouwen werken, zoals de zorg en het onderwijs, stelselmatig lager worden gewaardeerd en betaald.

In een stad als Utrecht, waar huren blijven stijgen en het dagelijks leven duurder wordt, heeft dat concrete gevolgen. Het betekent minder ruimte om een woning te betalen, minder buffer bij tegenslag en een grotere kans op armoede later in het leven. Loonongelijkheid is dus geen theoretisch debat, maar raakt direct aan de economische vrijheid van vrouwen: over een heel werkend leven wordt vrouwen gemiddeld zo’n 300.000 euro ontzegd.

Juist daarom moet de gemeente Utrecht het goede voorbeeld geven. De gemeente is een van de grootste werkgevers in de regio en heeft daarmee de verantwoordelijkheid om voorop te lopen. Niet met nog een rapport of een nieuwe ambitie, maar met concrete actie. Daarom is de oproep van Utrecht BIJ1 simpel: gemeente Utrecht, dicht de loonkloof voor al je werknemers vóór 2027. Start met grondig onderzoek naar de intersectionele loonkloof, stel een bijbehorend actieplan op met volledige loontransparantie en hanteer objectieve, genderneutrale functiewaarderingssystemen.

Heb daarbij ook oog voor het feit dat de loonkloof niet voor iedereen even groot is. Het beperkte onderzoek dat er wél is, suggereert dat de loonkloof voor mensen van kleur, mensen met een migratieachtergrond, mensen met een beperking en mensen uit de LHBTQIA+-gemeenschap groter is dan gemiddeld. Internationaal onderzoek laat zien dat vrouwen van kleur soms tot wel 28 procent minder verdienen dan hun witte mannelijke collega’s in vergelijkbare functies. Ook genderdiverse personen worden hard geraakt door loonongelijkheid op de arbeidsmarkt: uit Canadees onderzoek blijkt dat de loonkloof voor hen ongeveer 13 procent bedraagt. Tegelijkertijd richt onderzoek zich nog te weinig op deze groepen, waardoor hun inkomenspositie en de ongelijkheid die zij ervaren onderbelicht blijven. Een stad die zichzelf rechtvaardig wil noemen, kan het zich niet veroorloven deze gestapelde vormen van ongelijkheid te negeren.

Dat deze ongelijkheid blijft bestaan, heeft ook te maken met wie er in de raadzaal aan de knoppen zit. In alle 340 Nederlandse gemeenten bestaat de meerderheid van de kieslijsten nog altijd uit mannen. Die oververtegenwoordiging heeft gevolgen: onderwerpen zoals loonongelijkheid worden te vaak gezien als een bijzaak in plaats van een structureel probleem.

Meer representatie van vrouwen en genderdiverse personen, en specifiek van mensen uit gemarginaliseerde groepen, is daarom essentieel. Niet voor symbolische gelijkheid, maar om gendergelijkheid daadwerkelijk op de politieke agenda te zetten. Utrecht kan een stad zijn die gelijkheid niet alleen bespreekt in beleidsnota’s, maar ook organiseert op de werkvloer. Een stad die laat zien dat vijftig jaar wachten op gelijke beloning meer dan lang genoeg is geweest.

Met de gemeenteraadsverkiezingen in aantocht ligt de vraag op tafel welke stad Utrecht wil zijn. Een stad die ongelijkheid blijft constateren, of een stad die ervoor kiest haar actief te bestrijden. De vraag is dus niet óf we de loonkloof moeten dichten, maar wanneer. Het antwoord zou duidelijk moeten zijn: nu.

Over de auteur: Laura van Stein is redacteur bij LOVER en voormalig hoofdredacteur. Daarnaast staat ze namens BIJ1 op de kandidatenlijst voor de Utrechtse gemeenteraad.

Steun LOVER! 
LOVER draait uitsluitend op vrijwilligers en donaties. Wil je dat Nederlands oudste feministische tijdschrift blijft bestaan? Help ons door een (eenmalige) donatie. Elke euro is welkom en wordt gewaardeerd. Meer informatie vind je hier.