De gemeenteraadsverkiezingen: interview Onitcha Ramautarsing

Portret Onitcha Ramautarsing door Marlijn Metzlar
Portret Onitcha Ramautarsing door Marlijn Metzlar
Gabriela Spraakman (redacteur)

Dingen moeten goed geregeld zijn, vooral voor mensen die niet zo een grote mond hebben. Ik heb die grote mond, al heb ik mij ook wel eens monddood laten maken in het verleden. Ik durf heus niet alles, maar ik denk wel dat ik iets sneller mijn mond opendoe dan een gemiddeld persoon.”
Onitcha Ramautarsing is dit jaar kandidaat raadslid voor D66 in Diemen, waar ze zelf inmiddels dertien jaar woont met haar gezin. Ze werkt als arbeidsrechtjurist bij de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland en heeft een kleine sociale onderneming in de voedselketen: Buurderij Amstelkwartier, via Boeren en Buren. Ik sprak Onitcha over de invloed van haar jeugd op haar streven naar rechtvaardigheid en over haar ervaringen met uitsluitingsmechanismen. 

Jong geleerd
Het discussiëren en debatteren kreeg Onitcha van huis uit mee, vertelt ze. “Het met elkaar in debat gaan, ongeacht of je het wel of niet met elkaar eens bent, is voor mij heel normaal. Ik kreeg ook nooit mee ‘hou je mond, de grote mensen praten nu.’ Dat hoorde ik wel van vrienden, maar bij ons thuis werd dit nooit gezegd. Iedereen mocht er altijd zijn en meepraten. De weekenden waren er soms ook om nachtenlang te praten en dan gingen we allemaal pas om vier uur ‘s nachts naar bed! In het gezin was ik daarnaast de probleemoplosser, vaak al voordat iemand doorhad dat er een probleem aankwam. Enerzijds ben ik met een heel snelwerkend, analytisch brein gezegend. Anderzijds heb ik al heel jong veel verantwoordelijkheid moeten dragen, wat het oplossen van problemen ook stimuleerde. Het ging me ook goed af. Kortom, thuis was een omgeving waar ik volledig mezelf mocht zijn en tegelijkertijd stevig in mijn schoenen moest staan. Misschien maakt dat wel dat ik zo de wereld in durfde te gaan.”
De laatste jaren zag en hoorde Onitcha steeds vaker dingen die in haar beleving niet oké waren. Hierdoor ging het kriebelen om politiek actief te worden. Onitcha stelde zichzelf dan ook een kritische vraag: “Wat ga ík eraan doen? Behalve een goed leven leiden, mijn best doen voor de mensen om mijn heen en mijn kinderen goed opvoeden? Wat ga ik nog meer doen?” Dit streven naar rechtvaardigheid is een rode draad in Onitcha’s leven. Op de middelbare school zat ze in de leerlingenraad en de medezeggenschapsraad, bij haar vorige en huidige werkgever zit ze in de ondernemingsraad. “Dingen moeten goed geregeld zijn, vooral voor mensen die niet zo een grote mond hebben. Ik heb die grote mond, al heb ik mij ook wel eens monddood laten maken in het verleden. Ik durf heus niet alles en ik denk wel dat ik iets sneller mijn mond opendoe dan een gemiddeld persoon”, vertelt Onitcha. “Kijkende naar mijn werkgevers is dat streven naar rechtvaardigheid ook terug te zien: dat zijn organisaties waarvan ik denk ‘die maken de wereld beter.’ Ik kies bewust voor werkgevers die zich in het maatschappelijke veld begeven en die zich niet bezighouden met winst maken.”

Muren van uitsluiting
Gewend aan debat en discussie ging Onitcha de arbeidsmarkt op, met het idee wel gewapend te zijn voor de ‘echte wereld.’ Dit pakte echter anders uit dan verwacht en ze liep tegen muren van uitsluiting op:“Aan het einde van mijn rechtenstudie dacht ik: ‘Ik ben een goede student met goede cijfers en een goed stel hersenen. Ik vind wel gauw werk.’ Ik was super naïef, bleek. Ik ben namelijk ook de tweede in mijn familie die is gaan studeren. Ik had dus geen netwerk en ook geen kaas gegeten van de arbeidsmarkt. Daar deden universiteiten in mijn tijd ook nog niets aan. Je kreeg je bul en dat was het. De juridische arbeidsmarkt bleek niet te zitten wachten op mij. Natuurlijk triggerde mijn goede cijferlijst toekomstige werkgevers wel, maar toen ze mij eenmaal zagen bleek ik toch niet hetgeen waar ze naar op zoek waren. Of dit vanwege mijn achternaam was, of om hoe ik eruit zie of omdat ik om een andere reden niet in een hokje paste? Geen idee. Dit heeft anderhalf jaar geduurd en gedurende die periode werd me duidelijk dat er sprake was van discriminatie. Daar was ik van tevoren niet op voorbereid. Soms was het een gevoel, soms werd het ook gewoon verteld. Dan ging een sollicitatiegesprek echt alleen maar over ‘je uitstekende Nederlands’, of over de vraag ‘of je ook altijd eruit wordt gepikt bij de paspoortcontrole’. En dan dacht ik: ‘moeten we het niet hebben over mijn ambities en mijn vaardigheden? Inhoudelijk een gesprek voeren?’ Mijn man heeft dezelfde ervaringen gehad, veel studiegenoten van ons ook.” Onitcha ziet deze vorm van onrecht ook terug bij mensen met een beperking en aan de manier waarop er met hen wordt omgegaan. “Er wordt hen iets in de weg gelegd, er is sprake van een uitsluitingsmechanisme. De aanleiding voor die uitsluiting is misschien anders - ook als je een beperking hebt, kun je er zelf niks aan doen, je bent ermee geboren of het is je overkomen -, maar het effect is hetzelfde: je hoort er blijkbaar niet bij.” 
Eenmaal op de arbeidsmarkt waren deze uitsluitingsmechanismen geen verleden tijd, vertelt Onitcha. “Inmiddels ligt het gelukkig achter me, maar ik heb in het verleden een nare situatie met een werkgever meegemaakt. Ik was net moeder geworden en wilde graag borstvoeding geven. Er werden door een senior collega, notabene in mijn bijzijn, uitspraken gedaan dat borstvoeding geven ‘niet van deze tijd is’, het lijkt op ‘een koe aan een apparaat’ en ‘het niet solidair was voor het team, om te kolven onder werktijd.’ Let wel, ik maakte gewoon gebruik van mijn wettelijk recht om borstvoeding te geven aan mijn kind. Vanaf dat moment volgden meer pesterijen en narigheid en is het flink geëscaleerd. Uiteindelijk heb ik mijzelf hier uitgetrokken en daar ben ik trots op. Maar om gepest te worden en daar helemaal alleen in te staan, dat heeft wel impact gehad. Tot en met einde studie kon ik zeggen ‘hey, ik ben geweldig’ en als men dat niet vond, dacht ik ‘oké, your loss!’ Op een gegeven moment merkte ik dat ik dit niet meer kon zeggen. Ik vroeg mij echt af wat er met mij was gebeurd, ik voelde me ook niet meer geweldig. Dat is wat uitsluiting met je doet.”

Een grote mond in de gemeentelijke politiek
Ik ben benieuwd in hoeverre Onitcha haar ‘grote mond’ al heeft laten gelden in de gemeentelijke politiek. Al zit ze nog niet in de raad, ze laat zich waar nodig zeker al horen, bijvoorbeeld tijdens gesprekken met partijgenoten over het uitbannen van Zwarte Piet. “Ik vond echt dat Diemen daar heel erg laat mee was en vroeg mij af waar men bang voor was. Dat was namelijk wel de kern, denk ik. Bang om mensen die sinds jaar en dag een intocht organiseren voor het hoofd te stoten. Gemeente Amsterdam heeft op een gegeven moment gezegd ‘wij doen dit niet meer’ en vervolgens kwamen mensen allemaal naar Diemen toe om lekker racistisch aan de kant te staan, want hier hadden we nog wel Zwarte Pieten. Dat is gewoon een beetje een vorm van racisme-toerisme. Nou lekker, op dat moment was ik echt niet trots zijn op mijn gemeente!”
Hoe het na 16 maart in de raad zal uitpakken, moet nog blijken. Onitcha vindt dit ook nog spannend, het zal wennen zijn om in de gemeenteraad te zitten en gaandeweg te leren hoe het er daar aan toe gaat. “Dan is het de kunst om dichtbij jezelf te blijven. Ik ben wel altijd in voor een goed gesprek en sta open voor goede argumenten. Tegelijkertijd wil ik van mijn hart geen moordkuil maken. Gelukkig weten toekomstige fractiegenoten dat al van mij. En ook buiten onze fractie zie ik genoeg kansen voor mooie samenwerkingen. In een gemeente met een actieve PVV of FVD had ik dat aspect van het raadslidmaatschap waarschijnlijk veel spannender gevonden.”

Voorbereiding op de raad
Onitcha kijkt ernaar uit om in de gemeenteraad plaats te nemen. “Ik heb er heel veel zin in! Nieuwe dingen leren is leuk. Ik heb al een lijstje met onderwerpen waar ik veel vragen over heb. Dit hele stukje naar de raad toe is voor mij iets spannender dan het stuk erna. Ik heb er namelijk goed over nagedacht, een cursus Politiek Actief gevolgd, het Kandidaat-voor-de-raad-traject doorlopen bij stichting Stem op een vrouw. Ik weet dat de rol mij past, ik weet dat ik het kan. Ik moet mezelf nu een beetje verkopen, dat is wel een beetje ongemakkelijk. Ik vind een foto van mijzelf op een flyer al heftig, maar het hoort erbij.”
Haar advies voor andere vrouwen met politieke ambities begint bij het lid worden van een partij. “Maak je keuze en word dan sowieso lid. Ik heb zelf ook met verschillende partijen gepraat en wilde eerst een gevoel bij elke partij hebben, voordat ik een partij koos. Ga verkennen en ga het gewoon uitproberen. Zelf kon ik in 2017 wellicht al op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen, maar ik ben achteraf blij dat het niet zo gelopen is. Ik heb de kans gekregen om eerst met campagnes mee te draaien, mijn partijgenoten te leren kennen. Daarnaast heb ik meegeschreven aan ons huidige verkiezingsprogramma. Op die manier is het ook meer ‘van mij’ en past het echt bij mij. Dit zorgt ervoor dat ik nu campagne kan voeren vanuit mijn eigen overtuigingen en betrokkenheid.”

Samenwerking
Dit artikel is een samenwerking tussen LOVER en Stem op een Vrouw. Floortje Fontein en Zahra Runderkamp, beide van Stem Op Een Vrouw, schreven in januari een artikel over de gevolgen van de diversiteit in het huidige kabinet. Daarnaast schreef Floortje recent een artikel over de daling van het aantal vrouwen in de gemeenteraad
Lees meer over de inzet van Stem Op een Vrouw voor emancipatie van vrouwen en het verbeteren van politieke
representatie op hun website en
doneer, zodat zij hun goede werk kunnen blijven doen!

Steun LOVER!
LOVER draait uitsluitend op vrijwilligers en donaties. Wil je dat Nederlands oudste feministische tijdschrift blijft bestaan? Help ons door een (eenmalige) donatie. Elke euro is welkom en wordt gewaardeerd. Meer informatie vind je hier.

Meer LOVER? Volg ons op Twitter, Instagram, LinkedIn en Facebook.