De gemeenteraadsverkiezingen: interview Sarah Reitema

Portret Sarah Reitema door Marlijn Metzlar
Portret Sarah Reitema door Marlijn Metzlar
Gabriela Spraakman (redacteur)

“Politiek gaat niet om jou of jouw loopbaan. Het is iets wat je inzet om verandering teweeg te brengen, terwijl je een grote diversiteit aan mensen en wensen vertegenwoordigt.”
Een echte Rotterdammer die de handen uit de mouwen steekt en de niet lullen maar poetsen mentaliteit heeft, dát is Sarah Reitema, kandidaat voor de Partij van de Arbeid in Rotterdam voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. Ik sprak Sarah over haar liefde voor de stad Rotterdam en haar onmisbare passie en motivatie om zich voor deze stad in te zetten. 

Sarah’s achtergrond
Wat gelijk aan Sarah opvalt, is haar brede inzet. Naast haar politieke activiteiten  werkt ze als consultant in de IT op het gebied van financiële processen binnen de publieke sector en schrijft ze blogs over diversiteit en inclusie. Tijdens ons gesprek is er aan enthousiasme en energie dan ook geen gebrek. 
Sarah is geboren in de havenstad en woont er zelf ook sinds vijftien jaar weer. Het hebben van een Duitse moeder heeft meegespeeld in de persoon die zij is geworden. Ze heeft hierdoor veel meegekregen van de nasleep van de Tweede Wereldoorlog en dus ook over de thema’s discriminatie en uitsluiting. Sarah stelt dat iets soortgelijks nooit meer mag gebeuren. Tijdens ons gesprek verwijst ze echter op een actuele gebeurtenis waarbij beide thema’s toch weer een nare rol bleken te spelen: “Ik kreeg zojuist een melding over een gebeurtenis in Pernis. Iets met een vlag met daarop de tekst ‘we zijn terug’, vanuit het nationaalsocialisme, met een variant van een hakenkruis erop. Dit soort dingen vind ik echt ongelofelijk absurd en hartverscheurend. Hebben we dan niks geleerd? Ik heb altijd al een hekel gehad aan bubbels, uitsluiting en alleen omgaan met mensen die op jou lijken. Kijkend naar sociologie, is het wel wat mensen doen: het in- en uitsluiten van elkaar en het opzoeken van soortgelijken. Tegelijkertijd vergroot dit ongelijkheid en geeft het een gevoel van ongelijkwaardigheid mee.” Los van Sarah’s hekel aan bubbels, speelt ook de scheiding van haar ouders mee, vertelt ze verder. “Ik ben al vrij jong opgegroeid in twee verschillende werelden, door die scheiding. Het zijn ook twee hele verschillende soorten mensen. Mijn vader is een typische hardwerkende, liberale en rechtse man. Mijn moeder is een hele warme en sociale vrouw met een kleine beurs. Door die scheiding kreeg ik beide werelden nog meer separaat van elkaar mee. Toen ik ging studeren koos ik doelbewust voor Rotterdam. Leiden, Groningen en Utrecht, dat waren toen al typische bubbelsteden. Hier in Rotterdam was al zoveel diversiteit. Alles liep en loopt hier door elkaar. Daarnaast is Rotterdam echt een economie-stad met een no nonsens mentaliteit. Dat sprak mij wel aan.”

Sarah daagt zichzelf graag uit, dat blijkt uit diverse keuzes die ze maakt: “Na mijn studie wilde ik doelbewust de commerciële wereld in, de “business”, juist omdat ik zo kritisch ben over het kapitalisme. Maar, om het te kunnen veroordelen moest ik het wel doorleven en meemaken, vond ik. Als filosoof krijg je wel veel mee over de technologie en de datarevolutie en IT speelt een hele grote rol. Dat maakte me extra nieuwsgierig en daarom heb ik voor de IT-sector gekozen. Uiteindelijk had ik genoeg gezien van het commerciële werk voor commerciële klanten. Massaproductie doet inderdaad geen goed voor “people, planet of profit”. Mijn interesse voor sociaal ondernemen is toen denk ik ontstaan. Ik bedacht me, waar ik ditzelfde projectmatige SAP-werk kon doen voor een “goed” doel. Toen ben ik uitgekomen in de publieke sector: door mijn inzet in de IT in de publieke sector hoop ik dat onze belastingcenten beter besteed worden. Tegelijkertijd blijf ik strijden voor meer diversiteit en minder masculiniteit in de bubbel van de IT-sector. Het is zo’n belangrijke sector met zoveel invloed op onze maatschappij, maar het wordt te sterk overheerst door eenzelfde type mens. Dit doet onze oplossingen geen goed en daar wil ik verandering in brengen.”

De stap naar de politiek
Sarah vertelt hoe ze de stap naar de politiek heeft gezet: “Ik heb heel erg de behoefte om dingen te verbeteren en te veranderen, overal waar ik kom. Is dit mijn moraal kompas, mijn integriteit, mijn filosofische achtergrond? Ben ik idealistisch? Ik weet het zelf niet. Hoe je het ook wil noemen, ik ben gewoon altijd bezig met ‘Hey, wat gebeurt hier? Klopt dit wel? Doen we de juiste dingen en is dit goed voor ons? Waar willen we heen? Welke rol heeft deze organisatie in de samenleving?’ Dat bewustzijn komt overal terug en daar loop ik eigenlijk ook altijd tegenaan. Verandering doet namelijk pijn en ook binnen organisaties gaat het soms moeilijk. De behoefte is er echter altijd bij mij. Daarom bezoek ik naast mijn werk altijd lezingen over talloze onderwerpen. Ik heb een honger naar dingen weten, snappen en beïnvloeden. Dat zit ook wel in de aard van een filosoof. Ik ben ook een typische denker én doener en soms is dat wat onrustig voor mezelf.”
Een vorige relatie motiveerde Sarah ook  om de politiek in te gaan. Haar ex-partner had veel schulden en van dichtbij voelde zij hoe dat is. Door geldstress en een ziek systeem kunnen mensen zichzelf verliezen. Sarah hielp haar ex-partner zoveel als zij kon en werd eigenlijk ook een soort mantelzorger. Het maakte haar bewust van de schuldenindustrie en de positie van bijvoorbeeld bewindvoerders. Nadat ze zich hierin verdiepte, merkte ze ook hoe groot het taboe is wat op schulden en financiële problemen ligt: “Er zijn veel vooroordelen. Mensen hebben een fout gemaakt, zijn vast aan de drugs, zijn stom geweest. De ‘meritocratie’ kwam hierin duidelijk naar voren, een maatschappij waarin jouw waarde als mens afhangt van jouw sociaaleconomische positie. Dat is echter voor niemand goed. Ja, voor de industrie zelf. De schuldeisers zien niks van hun geld terug en de schuldenaar wordt helemaal kapot gemaakt.” Sarah raakte in 2018 geïnspireerd door te zien datDuygu Yildirimzich kandidaat stelde voor de raad: Toen besefte ik ‘Oh ja, er is ook nog zoiets als politiek!’ Vlak daarna organiseerde Meer Vrouwen In De Politiek een laagdrempelige bijeenkomst in de bibliotheek van Rotterdam. Daar werden speeddates georganiseerd, waar ik Duygu weer sprak. Zij vroeg welke drie onderwerpen ik in de politiek bespreekbaar wilde maken. Voor mij waren dat de schuldenindustrie, diversiteit en misschien iets met het onderwijs. Duygu wees me op de mogelijkheid om op korte termijn bij de gemeenteraad te kunnen inspreken. Ik heb toen een betoog geschreven op basis van een plan wat er al lag met betrekking tot schulden en mijn visie daarop. Van het een kwam het ander en uiteindelijk stond ik in september 2019 in Pakhuis de Zwijger, voor Knock Down The House: een avond waar twee oud politica, twee huidige politica en twee politica in spe op het podium spraken over hun keuze voor de politiek en hoe ze het verschil willen maken of hadden gemaakt. Toen had ik de smaak wel echt te pakken.”  

Rotterdam en de Partij van de Arbeid
Sarah’s liefde voor Rotterdam en haar drive om de politiek in te gaan, zijn duidelijk. Ik vraag mij af wat maakt dat ze bij de Partij van de Arbeid is aangesloten: “De ideologie van de Partij van de Arbeid spreekt mij het meeste aan. Ik was ook even lid van BIJ1 en dat vind ik zeker een goede partij maar ik geloof dat die beweging ook in onze partij had moeten kunnen ontstaan. Voor mij gaat het in de kern om gelijkwaardigheid en solidariteit. Ik zeg ook zelf dat de Partij van de Arbeid voor mij de Partij van de “Ander” is. Meestal kiezen mensen voor een partij omdat deze partij de belangen behartigt van jouzelf. Als ik zo zou redeneren, dan zou ik misschien eerder bij D66 moeten zijn of GroenLinks. Maar de Partij van de Arbeid is er niet voor een bepaalde groep. Die is er voor iedereen. In onze samenleving moet iedereen mee kunnen doen en gelijke kansen krijgen. Solidariteit met elkaar werkt ook echt het beste voor iedereen, ook zij die het “beter” hebben. Het heeft geen zin om als liberalen te denken ‘als je maar hard genoeg werkt, dan komt het wel goed.’ Er is structureel sprake van discriminatie en uitsluiting. Heb je een niet-westerse achternaam? Dan moet je al vaker solliciteren. Ben je een ondernemer en een vrouw van kleur? Ga dan maar eens een start-up opzetten want het geld wordt voornamelijk in ‘de witte man’ gestopt.”
Sarah wil zich daarom ook inzetten voor sociaal ondernemen, want ze ziet veel kleine ondernemers wel degelijk een sociaal hart hebben. Regels en wantrouwen maken het ondernemers echter soms dusdanig moeilijk, dat zij zich asociaal gaan gedragen. Ondertussen ziet Sarah diverse kansen en mogelijkheden, zeker omdat alle lagen van de economie in Rotterdam zitten, inclusief veel creativiteit. Ze noemt de Floating Farm als voorbeeld, de eerste drijvende boerderij ter wereld met een visie en werkwijze gebaseerd op dierenwelzijn, circulariteit, duurzaamheid en innovatie. “Zo lost een ondernemer als het ware een deel van een maatschappelijk vraagstuk op, namelijk ruimtetekort en lokale voedselvoorziening, en draagt bij aan de stad én kan ook nog de eigen broek ophouden. Dat vind ik heel interessant en zie ik veel gebeuren in Rotterdam. Als gemeente moet je dan willen partneren en dit soort ondernemers faciliteren. Wij hebben zoveel ten opzichte van de rest van Nederland en kunnen zoveel zelf hier. Alles is er, maar die rijkdom moet je wel zien. Het wiel hoeft niet opnieuw uitgevonden te worden. Daarom ben ik ook aangesloten bij de Partij van de Arbeid. Een soort recycling-gedachte: vaak is er al iets, zijn er al mensen met hele slimme dingen bezig en hoef jij niet zelf iets te verzinnen vanuit het stadhuis. Het is jouw taak als politica om de stad in te gaan, te weten wat er speelt en ruimte te maken.” 
Een ander onderwerp waar Sarah haar tanden in wil zetten is de sociale ongelijkheid en stille armoede. De mensen die geen hoop meer hebben en meer bezig zijn met overleven dan met genieten van het leven. “Ik zie daar ook de overlap met het sociaal ondernemen. Denk aan Dirck Slabbekoorn, die ervoor kiest om winkeldieven te helpen in plaats van aan te geven bij de politie. Dat vind ik echt zo goed! Daarmee maak je echt een samenleving beter voor iedereen.”

Toekomst
Sarah wil zich na de gemeenteraadsverkiezingen vanuit de Rotterdamse raad hard maken voor gelijke kansen voor iedereen. Op drie punten wil ze met name aan de slag: de  schuldenindustrie aanpakken, ruimte maken voor sociaal ondernemen, en IT toegankelijk maken voor iedereen. Ook wil ze werken aan meer waardering voor ondergewaardeerd werk, zoals onzichtbare mantelzorg, en meer vertrouwen en interesse tussen Rotterdammers, de gemeente en de politiek. De stad Rotterdam en haar inwoners gaan vóór haar eigen belangen en in haar toelichting komt de waarde die zij hecht aan gelijkwaardigheid sterk naar voren: “De politiek zie ik als middel voor verandering, niet als carrièreswitch. Ik wil wel in de IT blijven werken. Veel van wat in de raad gebeurt, levert niks op voor Rotterdam: het laten zien hoe goed men als individu is, hoe goed men kan debatteren, hoe slim men is. Het gaat om partijmarketing maar niet om het samen fixen van problemen in onze stad. En dan nog het bashen van andere partijen, wat ook in campagnetijd weer volop gebeurt. Ik wil niet meer moddergooien. Op waarden en ideologie, jazeker, daar mag je volledig op losgaan. Maar niet vingerwijzen op personen of partijen. Ik zoek juist graag de samenwerking op, met andere progressieve partijen. Ego’s opzij en samen schouders eronder, dat wil ik meenemen naar de raad. Daarom ben ik ook, juist in campagnetijd, het initiatief “Samen Fixen” begonnen. Er mag meer besef komen waarom we de politiek in zijn gegaan. Niet voor onszelf maar voor alle Rotterdammers.”

Radicaal feminist
Sarah noemt zichzelf tijdens ons gesprek bij aanvang al een radicale feminist. Ze realiseert zich maar al te goed is dat ze een vrouw is met witte huidskleur en dat ze meerdere privileges heeft. Vanuit haar allergie voor sociale bubbels zoekt ze daarom de ander met oprechte belangstelling op. Als persoon en als toekomstig politica. Dit resulteert bijvoorbeeld in het ophalen van input vanuit diverse hoeken tijdens het bijwonen van een sportdebat, waardoor ze hoort over een specifieke queer gym die ze eerder niet kende. Als feminist ziet ze letterlijk iedereen als gelijkwaardig en daar leert ze dagelijks over bij. Wie zijn de fluisteraars die niet staan te schreeuwen? Wie zijn de mensen die niet gehoord of vertrouwd worden en daardoor verstillen? Hoe kan ze een ally zijn voor de stille armoede, de regenbooggemeenschap of voor mensen van kleur? 
Als ik Sarah vraag naar adviezen voor vrouwen met politieke ambities, komt haar strijdvaardigheid naar voren:  “Women supporting women! Fuck the old boys network, we maken ons eigen netwerk wel! Maar dit kan alleen als we samenwerken. Daarom zal ik een vrouw nooit publiekelijk afvallen. Je ziet dit ook vaker terug in debatten, dat vrouwen elkaar backuppen. Die sisterhood, die is echt belangrijk. We moeten erover kunnen praten, bijeenkomsten organiseren met elkaar, ondanks voor welke partij je uitkomt. Onder vrouwen is er namelijk ook al sprake van een diversiteit aan privileges. Ik ben zelf een witte, heteroseksuele, neurotypische, slanke goed uitziende jonge vrouw met stijl haar en ik héb daardoor heel veel privileges. Kijk naar Joris Luyendijk en ik ben degene die qua vinkjes vlak daarna komt. Mijn privileges wil ik inzetten voor de ander, ruimte maken en mensen meenemen op mijn reizen. En: spreek je altijd uit! Dat gaat verder dan politiek, want allerlei vormen van onderdrukking, micro-agressie of seksisme zijn overal. In je eigen gezin, in je eigen familie, in je eigen vriendenkring, op straat en in de supermarkt, op je werk. We leven namelijk in een patriarchaat waar vrouwen en mannen helaas niet gelijk zijn. Je moet je bek daarom wel open trekken, ook voor anderen. Vind daar de kracht voor, ook al is dat lastig. Dat is oké. Praat er wel over, met iemand die je vertrouwt. Zoek elkaar op. We zitten in de Roaring Twenties 2.0, waar ik ook een blog over heb geschreven in januari 2020. Onderdrukte mensen gaan steeds meer emanciperen en dat zorgt voor opschudding. Misschien begint dat in extreme, en dan wordt het genormaliseerd. Blijkbaar is dat, wat sommigen als extreem ervaren, nodig om echte gelijkwaardigheid te realiseren. Denk aan Black Lives Matter en aan #MeToo. Dit decennium gaan er alleen maar van dit soort dingen gebeuren. De status quo is aan het shaken!”

Samenwerking
Dit artikel is een samenwerking tussen LOVER en Stem op een Vrouw. Floortje Fontein en Zahra Runderkamp, beide van Stem Op Een Vrouw, schreven in januari een artikel over de gevolgen van de diversiteit in het huidige kabinet. Daarnaast schreef Floortje recent een artikel over de daling van het aantal vrouwen in de gemeenteraad
Lees meer over de inzet van Stem Op een Vrouw voor emancipatie van vrouwen en het verbeteren van politieke
representatie op hun website en
doneer, zodat zij hun goede werk kunnen blijven doen!

Steun LOVER!
LOVER draait uitsluitend op vrijwilligers en donaties. Wil je dat Nederlands oudste feministische tijdschrift blijft bestaan? Help ons door een (eenmalige) donatie. Elke euro is welkom en wordt gewaardeerd. Meer informatie vind je hier.

Meer LOVER? Volg ons op Twitter, Instagram, LinkedIn en Facebook.