Paula Copray • 1 jun 2008

Jesaja

heilige tekst

Ik ben deze maand 83 geworden. Heel oud dus. Toch stap ik elke morgen enthousiast en nieuwsgierig mijn bed uit. Om te zien of er iets te ontdekken valt; of er op me gewacht wordt. Een heel echt gevoel en als u wilt weten waar dat gevoel vandaan komt, kan ik op uw vraag een antwoord geven. Ik dank het onder andere aan een mens die ongeveer 2500 jaar geleefd heeft. Hij heette Jesaja.

Hij was vluchteling in Babylon, maar hij voorvoelde dat er aan die ellende spoedig een eind komen zou.
Om zijn medeballingen te bemoedigen liet hij zijn god, Jahweh, het volgende zeggen: ‘Blijf niet denken aan wat vroeger gebeurd is, let niet langer op wat voorbij is. Nu doe ik iets nieuws; nu ontluikt het – zie je het niet?’
Annie M. G. Schmidt zou gezegd hebben: ‘Zeur niet!’, en ze spoorde ons in dat liedje aan oude dametjes van het trottoir te duwen; die ze nu zeker door oude heertjes vervangen zou – wat ik in beide gevallen niet aanbeveel.
Het niet zeuren wel. Als het fout ging door mijn schuld, wil ik er spijt van hebben. Als me iets vervelends overkomen is, doe ik het samen met mijn schuld in een zakje, bind het stevig dicht en hang het op mijn rug. Het hoort bij mij; net zoals mijn talenten bij mij horen. Daarmee ga ik op stap.
Daarmee spring ik elke dag uit bed, nieuwsgierig en aandachtig. Mijn kansen. Nieuwe mogelijkheden. Ze zijn er. Elke dag. Ik moet er slechts voor open staan, ze willen zien. Waar komen die kansen vandaan? Dat weet ik niet. Ze zijn er. Jesaja noemde de kansgever Jahweh. Christenen noemen hem God. Islamieten spreken hem aan met Allah. Het zijn namen voor wat onkenbaar is, een mysterie in onze werkelijkheid aanwezig, het altijd nieuwe.
En omdat wij deel zijn van die werkelijkheid woont het mysterie, dat nieuwe ook in ons, in ieder van ons. Het houdt ons in beweging, in leven.

Paula Copray, zuster franciscanes, angliciste en theologe. De tekst staat in het Oude Testament, in het boek Jesaja, hoofdstuk 43, vers 18 en 19a.