Beeld door Marieke Ubbink
Beeld door Marieke Ubbink
Jessica Fenenga (redacteur)

Vrouwen, ga eens aan het werk!

Artikel twee in de financiële reeks serie!

Vrouwen, ga eens aan het werk!

Vrouwen, migrantengroepen en ouderen moeten meer gaan werken kopt een NOS artikel op dinsdag 13 april 2021. De reden? De groeiende vergrijzing kan niet worden opgevangen door de huidige fulltime werkende Nederlanders en dus aan parttimers de oproep om meer te werken. En omdat 75% van de parttime werkenden vrouw is, komt het dus eigenlijk aan op de vrouw om de economie uit de sloot te trekken. Het is echter een kortzichtige en gesimplificeerde oplossing die niet past bij het probleem.

Simpel gezegd is het probleem als volgt: we worden met z'n allen te oud. Om al deze ouderen toch van pensioen en zorg te voorzien moet er meer geld in het belastingpotje komen. De oplossing: laat de groep parttime prinsesjes of deeltijddiva’s de handen uit de mouwen steken en 's écht aan het werk gaan. Deze simplistische, geprivilegieerd en validistische oplossing lost echter niks op als er niet gekeken wordt naar wat er echt aan de hand is: waarom werken deze vrouwen parttime? En waarom werken vrouwen in bijvoorbeeld Frankrijk, België of Duitsland wel fulltime? Heeft het misschien minder te maken met luie en ambitieloze (Nederlandse) vrouwen, en meer met de heersende cultuur die werkende vrouwen van de arbeidsmarkt afhoudt?

Waarom werken vrouwen niet?

De eerste vraag - waarom werken vrouwen niet? - is het onderwerp van de vierdelige serie van dezelfde naam door journalist Liesbeth Staats. Staats vergelijkt in de serie de situatie van vrouwen in Nederland met die van buurlanden en de Scandinavische landen die bekend staan om hun hoge Gender Equality Index. Ze interviewt vrouwen die parttime of fulltime werken: vrouwen van wie de partners genoeg verdienen zodat zij thuis kunnen blijven bij de kinderen; vrouwen die er niet aan moeten denken om parttime te werken; vrouwen die het zonde vinden van opleiding, ambitie en kunde om thuis bij de kinderen zogenaamd 'niets te gaan zitten doen'.

Het is een interessante documentaireserie, vooral omdat het blootlegt dat er enorme vooroordelen zitten aan vrouwen die fulltime, parttime of niet werken. De eerder genoemde term parttime prinsesjes is nauwelijks subtiel over de mening die erachter schuil gaat, maar als je kijkt naar de redenen waarom vrouwen parttime werken heeft het niets te maken met luiheid. Volgens het Centraal Bureau voor Statistiek en haar Emancipatiemonitor blijkt dat 70% van de vrouwen die parttime werkt wel meer zou willen werken, alleen zijn de omstandigheden daar niet naar. Zo werken zij bijvoorbeeld in een sector waar fulltime banen schaars zijn (bijvoorbeeld onderwijs of de zorg[1]) of zijn zij zoveel tijd kwijt aan het verzorgen van kinderen, ouders of het huishouden dat een fulltime baan niet mogelijk is. Sprake van ‘niets doen’ is er dus in elk geval niet bij, want laten we eerlijk zijn thuis zijn met de kinderen is al een fulltime baan!

Daarnaast is er nog een reden waarom vrouwen niet of minder werken. Zo is 17% van de ondervraagde vrouwen in het eerder genoemde onderzoek niet in staat fulltime te werken, bijvoorbeeld door ziekte of een handicap. De aanname dat alle parttime werkende vrouwen dus minder werken omdat het beter past in hun luxe leventje is dus naast foutief ook validistisch. Een term als deeltijd diva gaat er vanuit dat deze vrouwen een man hebben om op te teren, het is dus ook nog eens heteronormatief en er is sprake van klassisme. Alsof alle vrouwen die parttime werken, te kampen hebben met hetzelfde probleem: een te rijke witte man die het geld wel in het laatje brengt.

Cultuurgebonden

Hoewel Nederlanders graag pochen met hun moderne en liberale waarden, zijn ze stiekem nog steeds erg conservatief. Zo vindt een derde van de Nederlanders het kostwinnersmodel - waarin vrouwen zorgen voor kinderen en mannen de kostwinners zijn – een goed systeem. In andere landen is het een bekend fenomeen dat zodra een vrouw moeder wordt, het gezin terugvalt in verouderde genderrollen, maar opvallend genoeg speelt dit model in Nederland al een rol nog voordat vrouwen moeder worden. Het zit er blijkbaar nogal ingebakken vrouwen niet als mogelijke kostwinners te zien. Helaas is het meest schrijnende gevolg dat in 2019 53% van de vrouwen niet financieel onafhankelijk waren.

Waar dit idee vandaan komt is onduidelijk, wel zie je dat dit probleem specifiek is voor Nederland. De serie van Liesbeth Staats toont dit ook aan: vrouwen in Frankrijk en België vinden het tres bizarre dat Nederlandse vrouwen niet fulltime werken, maar wat er niet bij wordt gezegd is dat Nederlandse vrouwen meestal geen au pairs hebben die hun kinderen ophalen van school, het eten koken en het huis opruimen. Ook wordt er een vergelijking getrokken met Scandinavische landen. In Zweden krijgen ouders samen 480 dagen betaald verlof, te verdelen over allebei de verzorgers. En in Finland wordt het binnenkort verplicht dat een vader minstens twee maanden opneemt om met zijn kind door te brengen. Het zou de band met het kind moeten verbeteren, maar er ook voor zorgen dat vaders het minder vanzelfsprekend vinden dat vrouwen het gros van de zorgtaken op zich nemen.

In deze landen wordt er dus door de overheid actief naar manieren gezocht om vrouwen te faciliteren in het voortzetten van hun arbeidsparticipatie. Naast dat het dus in onze cultuur [2]is ingebakken, is het ook een probleem dat door beleid in stand wordt gehouden. Want ook belastingtechnisch is het slimmer om minder te werken. In Buitenhof bevestigde Econoom Heleen Mees dat ook: ‘Op het moment dat je 20.000 euro per jaar verdient, is de marginale belasting over elk extra uur dat je werkt meer dan 60 procent. Stel dat je 21 of 22 euro bruto per uur verdient, dan houd je daar maar 8 euro van over.’ Op dat moment kost de kinderopvang meer dan een dag werken. Zolang er geen hulp en geen stimulans vanuit de overheid is om de zorgtaken bij de vrouw en dan voornamelijk moeders weg te nemen, blijft het vanzelfsprekend en zogenaamd ‘natuurlijk’ dat de moeder deze taken oppakt.

Het echte probleem en de echte oplossing

Dat vrouwen meer taken hebben naast hun betaalde werk was natuurlijk al lang en breed bekend (behalve blijkbaar bij de schrijvers van het NOS artikel). Er gaat echter een veel groter financieel gat schuil achter de parttime werkende vrouwen en fulltime werkende mannen. Zo zorgt de loonkloof dat vrouwen over hun hele leven gemiddeld zo’n € 300.000,- euro mislopen, is ook hun onbetaalde werk veel geld waard en dan is er nog de child penalty: vrouwen leveren na hun eerste kind zo’n 40% van hun salaris in. Als de overheid meer belasting van vrouwen wil innen, zouden ze daar eens naar moeten kijken.

En als ik toch bezig ben, heb ik nog wel een idee om de Nederlandse economie een handje te helpen. Naast het alom beschikbaar maken van kinderopvang en betaald ouderschapsverlof, geef vrouwen ook de mogelijkheid om hun eicellen gratis in te vriezen! Op die manier hoeft er niet langer een keuze gemaakt te worden tussen de kinderwens en de carrière. In hun meest vruchtbare jaren kunnen vrouwen die moeder willen worden aan hun carrière werken en hoeven ze hun werk niet op te geven om te zorgen voor de kinderen. In plaats daarvan werken zij langer door en kunnen zij op latere leeftijd (als de eitjes niet meer goed zijn, maar de baarmoeder nog wel), hun kinderwens toch in vervulling laten gaan. (Daarnaast helpt het met bevolkingsvergroening, iets dat op lange termijn goed werkt voor de economie heb ik begrepen.)

Het gaat het mij echter helemaal niet om de bevolkingsvergroening, economische groei, belasting of de overheid[3]. Het gaat mij om de 53% van de vrouwen die financieel afhankelijk is van haar partner. Zij, en niet de vergrijzende populatie, zijn namelijk de dupe van deze overheidsblokkade tot de arbeidsmarkt. Op het moment dat de kostwinner wegvalt - of dat nou is vanwege een scheiding of sterfte - staat het leven van de niet-kostwinner op losse schroeven. Met of zonder kinderen, of je nu parttime, fulltime of niet werkt, financiële onafhankelijkheid moet voor ieder mens een haalbaar doel zijn. Als de overheid daar op zou sturen - in plaats van de schuld in de schoenen van parttime werkende vrouwen te schuiven – zouden we een heel eind verder komen met het stimuleren van de economie.

Dit is het tweede artikel in de reeks over de financiële onafhankelijkheid van de vrouw in Nederland. Wil je het eerste artikel lezen, over partnergeweld en de financiële repercussies? Klik dan hier. Wil je op de hoogte blijven over deze reeks? Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief, daar staat elke maand het laatste artikel van de reeks in.

[1] In deze sectoren wordt er vanuit gegaan dat parttime contracten de norm zijn en wordt er ook weinig onderhandeld voor meer uren. Stichting Het Potentieel Pakken is gestart met initiatieven voor contractuitbreiding om vrouwen in die sectoren aan meer werkuren te helpen.

[2] Over cultuur gesproken, er is een schandpaal waar elke vrouw aan genageld wordt. Werk je fulltime? Dan ben je een slechte moeder of te carrièregericht. Werk je parttime? Dan ben je ongeëmancipeerd en een deeltijddiva. Het is nooit goed en het bevestigen van de genderrollen of vrouwen voor elke keus die ze maken kleineren doen niets om vrouwen te stimuleren om meer te werken. Termen als balanstrutje of parttime prinses werken dit natuurlijk alleen maar in de hand.

[3] Het gaat mij zelfs niet om fulltime of parttime werken. Het zo veel mogelijk werken idee is onderdeel van een kapitalistische ideologie en een 40-urige werkweek is niet voor iedereen weggelegd. Laten we dus vooral ook niet doen alsof fulltime werken altijd het meest geschikt is voor iedereen, wellicht is het een idee om zoals in Frankrijk de werkweek te verkorten naar 35 uur en allemaal wat meer tijd te nemen om op terrassen croissants te eten.

Steun LOVER!
LOVER draait uitsluitend op vrijwilligers en donaties. Wil je dat Nederlands oudste feministische tijdschrift blijft bestaan? Help ons door een (eenmalige) donatie. Elke euro is welkom en wordt gewaardeerd. Meer informatie vind je hier.