Lisa Kleeven • 1 dec 2008

What to wear to a feminist party?

LOVER bestaat 35 jaar, dus tijd voor een feestje. Maar de prangende vraag thuis voor de spiegel is dan wel: ‘Wat trek ik aan naar een feministisch feest?’

Strijdbare vrouwen hebben van oudsher een ambivalente verhouding met mode. Waar de Suffragettes demonstratief het korset afzworen, omarmden lipsticklesbiennes juist hoge hakken en minirokjes. In de hedendaagse consumptiemaatschappij is keuze te over aan verschillende soorten kleding en kledingstijlen, maar hoe maak je een selectie uit dit aanbod? Bestaat er zoiets als je ‘feministisch’ kleden? Oftewel: what to wear to a feminist party?

Tja. Wat een vrouw wel, of juist niet kan of moet dragen, is een eeuwig en ingewikkeld onderwerp van discussie. De één wil zich niet conformeren aan het heersende (mannelijke) schoonheidsideaal, wil niet als lustobject gezien worden en verzet zich tegen de verbondenheid van mode en de consumptiemaatschappij. De ander geniet juist van de vrijheid haar eigen kledingkeuzes uit het modeaanbod te kunnen maken.
Feit is wel dat het rebelleren tegen conventies in de mode die vrouwen in een bepaald keurslijf drukken, sterk verbonden is met verschillende feministische stromingen.
De politiek van het uiterlijk is steeds een belangrijk onderwerp geweest in de strijd om gelijke rechten en emancipatie. Verzet jij je tegen de pornoficatie van de samenleving en haal je nog voor het feestje een kam door je okselhaar?

Het beeld van een vrouw in tuinbroek in combinatie met kort haar, ongeschoren oksels en behaarde benen is bijkans synoniem geworden voor ‘tweede feministische golf’. In de jaren zestig argumenteerde menig feminist dat vrouwen door het volgen van de mode zelf meewerkten aan hun objectificatie. De nadruk werd gelegd op een ‘natuurlijk’ uiterlijk. Nou was dat in die tijd ook een breder fenomeen: na de ‘gekunstelde’ jaren vijftig kwam een meer natuurlijke uitstraling in de mode.
Deze hang naar natuurlijkheid maakte tevens dat veel vrouwen in de jaren zestig bh-loos door het leven gingen. De bh stond, net als het korset, voor een kledingstuk dat het vrouwenlichaam letterlijk in bedwang hield en naar het heersende modebeeld vormde.

Of laat je ‘stout’ je Marlies Dekkers zien?
Als tegenhanger van het natuurlijke modebeeld in jaren zestig, focuste de punkbeweging zich in de jaren tachtig juist op het naturaliseren van het vreemde. Punkers kleedden zich confronterend met hanenkammen, veiligheidspelden, surrealistische outfits en zware make-up. Deze artificiële en experimentele kledingstijl stelde concepten als mode, stijl, smaak en schoonheid radicaal aan de kaak.
In diezelfde jaren tachtig werd ook de bh weer populair; ondergoed werd zelfs onderdeel van de bovenkleding. Madonna’s extravagante korset met puntborsten, van de beroemde modeontwerper Jean Paul Gaultier, haalde zelfs het wereldnieuws. Niet langer was de bh een symbool voor onderdrukking. Hij [sic!] werd steeds meer gebruikt om juist de seksuele kracht van vrouwen te benadrukken. Deze seksuele vrijheid van vrouwen werd door sommige feministen gezien als een verworvenheid van de tweede feministische golf. Zij zagen sexy lingerie en seksueel experimenteren met vibrators, dildo’s en pornofilms als het summum van de vrouwenemancipatie. Zij vonden de antipornografische feministen lijnrecht tegenover zich, dat wel. En dat de discussie tussen beide kampen nog altijd springlevend is, bleek uit de ophef rond de Hunkemöller-poster met gouden bikini vorig jaar.

Trek jij je favoriete stiletto’s uit de kast voor onder dat kekke jurkje?
Linda M. Scott argumenteert in haar boek Fresh Lipstick (2005) dat jonge hedendaagse vrouwen zichzelf geen ‘feminist’ willen noemen omdat deze benaming nog steeds nauw verbonden is met de politiek van het uiterlijk (the politics of appearance) van de tweede feministische golf.1 Steeds vaker profileren feministen zich nadrukkelijk als sexy of vrouwelijk, inclusief hakken en lippenstift, om zich te distantiëren van beelden en ideeën van de oudere generatie feministen. De lipstick lesbians die zich nadrukkelijk vrouwelijk kleden, duiden op eenzelfde soort beweging binnen de lesbische gemeenschap. Dit is niets nieuws. Dolle Mina wilde in de jaren zestig ook een imago creëren van jonge sexy vrouwen die het heft in eigen hand nemen, om zo tot de verbeelding van jonge vrouwen te kunnen spreken.

Of ga je voor een feestelijke stropdas bij je pak?
Een pak wordt veelal gezien als mannelijk, omdat het wordt geassocieerd met autoriteit en zakelijkheid. Behalve de associatie met ‘mannelijke’ waarden geeft het dragen van kleding die normaliter wordt toegeschreven aan de andere sekse de mogelijkheid te spelen met gender, genderstereotypen en seksualiteit. Verhalen over vrouwen die zich als man verkleedden om zo bijvoorbeeld alleen te kunnen reizen, te kunnen studeren of een bepaald beroep uit te kunnen oefenen, zijn al eeuwen oud. Mannenkleding is daarnaast veelvuldig door vrouwen ingezet om een seksuele identiteit die afwijkt van de heteronorm te tonen.
Denk aan de sexy Marlène Dietrich die met het dragen van mannenpakken verwees naar haar biseksualiteit. Of aan de ‘butch’ lesbiennes, met kort haar en stoere masculiene kleding. Maar onder invloed van de bloeiende economie in de jaren tachtig gingen veel meer vrouwen zich zakelijker en ‘mannelijker’ kleden.

Je kunt natuurlijk ook in een exclusieve haute couture-outfit verschijnen...
Met haute couture kun je natuurlijk altijd voor de dag komen op een feestje. Rond een haute couture jurk hangt immers nog steeds dat aura van exclusiviteit en ‘goede’ smaak. Het verschil tussen commerciële confectiemode en haute couture is van eenzelfde aard als het elitaire onderscheid dat kunsthistorici maken tussen populaire cultuur en Kunst. Haute couture werd en wordt nog steeds gezien als de ‘betere’ mode. Ook worden ontwerpers van haute couture tegenwoordig gezien als kunstenaars. Dat was niet altijd zo.
Lang werd mode gezien als een vrouwelijk ambacht, niet als kunstvorm. In reactie daarop gingen feministische kunstenaars technieken gebruiken die eerder als vrouwelijk (en dus oninteressant) handwerk werden gezien, zoals haken en borduren. Debra Rapoport bijvoorbeeld combineerde in haar collectie Fibrous Raiments traditionele textieltechnieken met aparte materialen. Van haar hand is onder meer Rubber Labyrinth (1970), een rubberen constructie waarin het lichaam van de draagster onbedekt bleef en haar bewegingsvrijheid werd beperkt.2 Hiermee refereerde ze zowel aan de pornografische verbeelding van bondage, als aan het fetisjisme dat gepaard gaat met het dragen van modieuze kleding.

Wat dacht je van een papieren korset als aanklacht?
Door ondraagbare kleding te maken, onderscheidden feministische modeontwerpsters hun collecties duidelijk van commerciële modecollecties. Het niet draagbaar maken van de kleding was (en is) ook een strategie om te zorgen dat het werk serieus genomen werd als ‘kunst’ en niet als gewoon vrouwelijk handwerk.
Daarnaast speelden feministische kunstenaars/modeontwerpsters voortdurend in op thema’s rond identiteit, het lichaam, mode en representatie. Christine Lofaso maakte bijvoorbeeld Redress: Gestation Corset (1992), gebaseerd op een negentiende-eeuws zwangerschapskorset en gemaakt van papier met daarop de tekst ‘Dora/A Case Study of Hysteria’ van Sigmund Freud. Lofaso gebruikte dit kledingstuk omdat het tot een symbool van de onderdrukking van vrouwen verworden is. Door het korset van papier te maken, wordt het ondraagbaar. De tekst op het papier verwijst naar de wetenschap die aan veel vrouwonvriendelijke denkbeelden ten grondslag lag.3 Redress: Gestation Corset is een duidelijke verwijzing naar het keurslijf waar veel vrouwen in gevangen zitten.

Of liever een vrouwenpak met herensnit?
Maar ook menig hedendaags modeontwerper speelt met de stereotiepen rond ‘mannelijkheid’ en ‘vrouwelijkheid’. De Nederlandse Monique van Heist gebruikt bijvoorbeeld herenpatronen voor het vervaardigen van haar dameskleding. Die overstijgt hierdoor de definitie van ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ en wordt ook door beide seksen gedragen. Binnenkort gaat Van Heist aan de slag met een mannencollectie waarbij ze gaat kijken of mannenkleding geïnspireerd op vrouwenpatronen ook werkt. Ook al dragen zowel mannen als vrouwen haar vrouwencollectie, uniseks is haar kleding nooit. Haar kleding spreekt aan, omdat ze de vormen van zowel het mannelijk als het vrouwelijk lichaam goed laat uitkomen, waardoor ze op een hele subtiele manier speelt met gender en genderstereotypen.

Ook mooi: lakleer met Afrikaanse print
Als je geïnteresseerd bent in vraagstukken rond etniciteit, dan is een creatie van Marga Weimans wellicht een goede keuze. Deze Surinaams-Nederlandse modeontwerpster won een prestigieuze internationale modeprijs met haar eindexamencollectie The Power of My Dreams, waarmee ze het clichébeeld van de zwarte vrouw in de hedendaagse beeldcultuur aan de kaak stelt. Weimans wilde een nieuw beeld creëren van sterke en actieve zwarte vrouwen, als tegenhanger van de geseksualiseerde en passieve zwarte vrouwen die veelal in de media te zien zijn, bijvoorbeeld in hiphop videoclips, en de beelden van zwarte ‘natuur’vrouwen. In Weimans’ moderne afstudeercollectie worden traditionele Afrikaanse patronen gemixt met lakleer en strakke lijnen in de kleuren zwart wit en grijs. Maar Weimans wil zich niet beperken tot thema’s die verbonden zijn met haar huidskleur en etniciteit. Weimans nieuwste collectie Debut is niet gebaseerd op zwarte stijl, maar past kledingvormen uit de geschiedenis van de haute couture toe. Het onderwerp van Debut is sublieme schoonheid: de schoonheid van verval, transformatie en de natuur. Haar weelderige jurken zijn gedecoreerd met grillig gevormde stenen, bloemen en borduursels, die de vorm van de jurk lijken te volgen alsof ze er langzaam van afglijden. Weimans gebruikte met name de neergang en de persoonlijke en uiterlijke transformatie van Britney Spears als inspiratie voor haar nieuwe collectie: de transformatie van een maagdelijk lief blond meisje als schoonheidsideaal naar een eigenzinnige dwarse moeder met kaalgeschoren hoofd. De dramatische jurken hebben dan ook een bijna dreigende en duistere schoonheid. En, weet je het al? Al deze modeontwerpsters laten zien dat de vooronderstelde contradictie tussen mode en feminisme minder duidelijk is dan vaak wordt gedacht. Mode is een zichtbare manifestatie van verschillen tussen sociale groepen en machtsverhoudingen. En hoewel de scheidslijnen tussen diverse klassen, genders en etniciteiten een eeuw of zelfs vijftig jaar geleden vaak duidelijker gemarkeerd waren door de manier waarop mensen zich kleedden, zijn ze ook in de huidige samenleving nog steeds aanwezig. Zo heeft niet iedereen toegang tot haute couture, of worden bepaalde kledingstijlen sociaal niet geaccepteerd. Zoals Linda M. Scott zegt: ‘No one can dress in a way that signifies nothing.’4 Omdat veel feministen zich hiervan bewust zijn, verzinnen juist zij steeds strategieën om te rebelleren tegen mode-idealen of omarmen deze om ze ‘eigen’ te maken. Juist omdat mode zo’n complex en vaak tegenstrijdig onderwerp is, heeft het de potentie om de structuren en ideologieën waarmee het verwoven is, zoals bijvoorbeeld het kapitalisme, uit te dagen en te bekritiseren. Dit kan echter alleen als je een duidelijke politieke positie inneemt.5 En laat dit nu net datgene zijn waar feministen meestal geen probleem mee hebben... Weet jij al wat je aantrekt?

Noten:
1 Linda M. Scott, Fresh Lipstick. Redressing Fashion and Feminism (2005), p.8.
2 Melissa Leventon, Artwear. Fashion and Anti-fashion (2005), p.132.
3 Idem, p. 151.
4 Scott 2005, p.12.
5 Elizabeth Wilson, Adorned in Dreams. Fashion and Modernity (2007), p. 205.