Dag Moederdagboeket
Dag Moederdagboeket
Miranda Valkenburg (bestuursvoorzitter)

Dag Moederdag!

Toen mijn jongste spruit de basisschool verliet, heb ik Moederdag afgeschaft. Zolang de cadeautjes bestonden uit gevingerverfde wc-rolletjes of een knutsel met te veel plaksel, kon ik die dag nog enigszins pruimen. Verder heb ik er helemaal niets mee, zo’n door de commercie opgedrongen verering van een rol die ik elke dag van het jaar vervul. Moederdag is vooral een feestje ten faveure van bloemisten en parfumerieën en al even commercieel als Valentijnsdag en Halloween (waar ik dus ook niet aan doe).

Moederdag is echter nog een tikkeltje erger dan de andere aangesmeerde feestdagen. De indoctrinatie begint al weken van tevoren. De oproepen om je moeder in het zonnetje te zetten – want dat verdient ze toch?! – vliegen je om de oren. Alle winkeliers proberen een graantje van de massahysterie mee te pikken. Emotionele manipulators zijn het, die je eerst een schuldgevoel aanpraten en daar vervolgens van profiteren. Bovendien extra pijnlijk voor wie geen moeder meer heeft of ongewenst kinderloos is, lijkt me.

Made in the USA
Moederdag kent een lange traditie. Het oude Griekenland had een speciale dag ter verering van Rhea, de moeder der Goden, en we kennen allemaal de elysische status van de moeder der moeders: Maria. De moderne Moederdag is echter een verzinsel uit de VS en heeft met religie niets van doen. Halverwege de negentiende eeuw voerde Julia Ward Howe er campagne voor een dag in het teken van pacifisme en ontwapening door vrouwen. In 1914 werd Mother’s Day daar een officiële feestdag en in 1925 nam Nederland deze traditie over.

Bloemen en strijkijzers
De cadeaus die moeders krijgen, weerspiegelden lange tijd de traditionele rolverdeling. Moeder kreeg op haar speciale dag ontbijt op bed en werd vrijgesteld van haar gebruikelijke taken, zoals poetsen en koken. Zo kon ze de hele dag stilletjes genieten van de al even obligate bos bloemen. In latere jaren kwamen duurdere cadeaus in zwang, voornamelijk huishoudelijke apparaten, die Moeder op Haar Dag natuurlijk nog niet mocht gebruiken!

Uit mijn eigen lagereschooltijd, begin jaren zeventig, herinner ik me nog goed de moederdagversjes die we moesten overschrijven van het bord. Het waren zonder uitzondering odes aan huishoudelijke ijver en vlijt:
‘Wie lapt de ramen, wast de vaat?
Wie poetst mijn schoenen ’s avonds laat?
Wie stoft en dweilt er alle dagen?
Wie kookt en strijkt zonder te klagen?
Dat bent u, lieve moeder!
Vandaag hoeft u even niets te doen,
Maar krijgt u bloemen en een zoen.’

Met grote vreze zag ik derhalve uit naar mijn eerste Moederdag in 1992. Het kinderdagverblijf van mijn zoon was gelukkig meegegaan met de moderne tijd. Ik werd verrast met een ingelijste afdruk van zijn handjes en voetjes en – diepe zucht van opluchting – een neutraal versje. In de vijftien jaren dat mijn kinderen op kinderdagverblijf of basisschool zaten, heb ik slechts eenmaal een versje ontvangen dat hintte naar vervlogen tijden. Het kind dat het ’s ochtends enigszins beschaamd aan mij voorlas, vond het zelf overigens ook misplaatst. ‘Ik wilde dit niet overschrijven, mama, maar het moest van de juf.’

Opvoeden tegen de stroom in
Deze vroege blijk van bewustzijn bij mijn kroost verheugde mij zeer. Het waren de eerste vruchten van mijn inspanningen om genderinclusief en niet-seksestereotiep op te voeden. In retrospectief zou het ook kunnen komen doordat ik zelden (lees: nooit) de ramen lapte (nog steeds niet) en alleen bij hoge uitzondering een warme maaltijd bereid zonder magnetron.

Niet-seksestereotiep opvoeden is opvoeden tegen de stroom in. Toen eerst mijn zoon en bijna vier jaar later mijn dochter werd geboren, kleurde de muur waarop ik alle felicitatiekaarten plakte eerst blauw en vervolgens roze. Ik hoef vast niet uit te leggen dat de kraamcadeaus en – in volgende jaren – verjaardagscadeaus (ten overvloede: niet die van mij) een vergelijkbaar patroon volgden. Uiteraard belandde al het roze en blauwe speelgoed op een grote hoop – geen meisjes- en jongenshoek in mijn huis! – en heb ik stad en land afgezocht naar neutrale en tegenwicht biedende boeken. Het aanbod was destijds echter beperkt en van de weersomstuit ben ik zelf maar gaan schrijven.

De rigide scheiding tussen meisjes- en jongensspeelgoed is echter de kleinste van alle obstakels die je als feministische moeder tegenkomt. Niet-seksestereotiep opvoeden gaat veel verder dan je zoon een pop geven en je dochter een auto of hen vrij laten in hun kledingkeuze. Het vergt voortdurend bewustzijn van gegenderde verwachtingen en interpretaties van gedrag en veronderstelde voorkeuren. Seksestereotypen zijn diep verankerd in onze samenleving en tegen de invloed van de buitenwereld is nauwelijks op te boksen. Ik koos ervoor om dit alles bespreekbaar te maken en te houden, zodat mijn kinderen hun eigen bewustzijn omtrent sociale verwachtingen en maatschappelijke (voor)oordelen ontwikkelden.

Overigens is voorbeeldgedrag de krachtigste opvoeder. Als alleenstaande en fulltime werkende moeder hield ik twintig Chinese bordjes in de lucht, maar ik voegde daarmee wel de daad bij het woord. Ik kocht in m’n uppie een huis (de hypotheekverstrekker verzuchtte: ‘Meisje, zou je dat wel doen?’ Meisje! Ik was 32 jaar en verdiende bovenmodaal), reisde met mijn kinderen de wereld rond om letterlijk en figuurlijk hun horizon te verbreden en bracht hen in contact met een zo groot mogelijke diversiteit aan mensen, zodat ze openminded en tolerant bleven.

Rammelende balzak
Feminisme en moederschap hebben lange tijd op gespannen voet met elkaar gestaan. Toen in de jaren zestig van de vorige eeuw de anticonceptiepil beschikbaar kwam, werd deze in feministische kringen onthaald als bevrijder van het juk der moederschap. Het gaat echter om de vrijheid om te kiezen en hier wringt een andere, lastiger te tackelen, schoen. Immers, vrouwen die ervoor kiezen om geen kind te krijgen, moeten hun keuze steeds verantwoorden of worden belerend toegesproken: ‘Ik spreek je nog wel wanneer je bijna veertig bent en je eierstokken gaan rammelen!’ Het vermogen tot reproductie lijkt onlosmakelijk verbonden met de identiteit van een vrouw. Ik moet de eerste kinderloze man nog tegenkomen die ter verantwoording geroepen of meelevend aangekeken wordt. Om deze omissie te herstellen pleit ik voor een masculien equivalent: de rammelende balzak. Helpt u mee om dit trending te maken?

‘Maar hoe doe je dat dan met de kinderen?!’
Wanneer je er als vrouw voor kiest om wel moeder te worden, krijg je weer andere patriarchale oordelen over je heen gestort. Neem bijvoorbeeld de combinatie kinderen en betaald werk. Een haast duivels dilemma, want als werkende moeder doe je volgens de heersende opinie per definitie iets of iemand tekort. Die ‘iemand’ is overigens altijd iemand anders dan jezelf, want eigenbelang en ambities zijn eigenschappen die bij vrouwen ontkend of misprijzend bekritiseerd worden. Een deeltijdbaan is de vaak gekozen poldermodel-tussenweg, maar eigenlijk doe je het nooit goed.

‘Hoeveel werk jij?’ is een vraag die nooit aan vaders wordt gesteld. Ik ben ermee doodgegooid. Als ik elke keer een euro had gekregen wanneer mij deze vraag gesteld werd, dan had ik mijn hypotheek allang afgelost en vijf Tesla’s voor de deur staan. Even voorspelbaar als irritant was de vraag die steevast volgde op mijn antwoord dat ik fulltime werk: ‘Maar hoe doe je dat dan met de kinderen?!’ Het maakte niet uit of ik naar waarheid antwoordde met ‘Dat gaat je niks aan’ of sarcastisch met ‘Die groeien natuurlijk op voor galg en rad’. Het impliciete oordeel was al geveld.  

Sinds Eva dat geintje met die appel uithaalde, krijgen vrouwen overal de schuld van. In haar boek Pedagoochelen (2006) citeert Daphne Deckers een briefschrijfster uit de Opzij. Die schrijfster was – schaamteloze zelfpromotie - ik!
‘In het maandblad Opzij stond vorig jaar een ingezonden brief van ene Miranda Valkenburg die de huidige tijdgeest goed samenvatte: ‘Als alleenstaande moeder doe ik het nooit goed. Heb ik géén betaalde baan, dan word ik een bijstandsmoeder. Slecht voor de economie en slecht voor mijn kinderen. Lees de kranten er maar op na. Werk ik parttime, dan zijn mijn inkomsten laag en mijn carrièrekansen nihil. Werk ik fulltime, dan ben ik een ontaarde moeder.’ Met andere woorden: de moeder is een loeder en heeft het altijd gedaan.’

Het leven van een feministische moeder gaat niet over rozen en niet-seksestereotiep opvoeden is vechten tegen de bierkaai. Ik heb ervaren dat ik vooral de invloeden van de buitenwereld probeerde te nuanceren en neutraliseren. Verder heb ik als moeder, net als alle andere ouders, ook maar wat gedaan, met de beste bedoelingen en oneindig veel liefde. Mijn kinderen zijn - ondanks en dankzij mijn tekortkomingen, machteloze pogingen en (al zeg ik het zelf) soms briljante ingevingen en creatieve oplossingen - uitgegroeid tot leuke, zelfredzame, sociale, ruimdenkende en verantwoordelijke volwassenen.

Ik denk dat ik mezelf maar eens op een bos bloemen trakteer.


Steun LOVER!
Vond je dit een goed artikel? Wil je dat Nederlands oudste feministische tijdschrift blijft bestaan? Laat je waardering blijken door een (eenmalige) donatie en help ons. LOVER draait uitsluitend op vrijwilligers en donaties. Elke euro is welkom en wordt gewaardeerd. Meer informatie vind je hier.

 

Uw reactie

Uw reactie