“Je lichaam is niet het probleem, hoe de wereld met je lichaam omgaat wél”
Interview met Jenny Klijnsmit

Toen ik Jenny Klijnsmit sprak, online op een doordeweekse middag, was het alsof er een warme golf door het scherm kwam. Binnen vijf minuten had ze me hardop laten lachen met een scherpe grap over dieetgoeroes. Ze praat met een vanzelfsprekend soort zelfverzekerdheid, maar ook met mildheid en humor. Dit is iemand die je niet klein krijgt.
Jenny groeide op in een wereld die haar leerde dat dun zijn de norm is, en dat je waarde als mens samenvalt met je gewicht. Decennia lang probeerde ze zich daaraan aan te passen. Totdat ze stopte. En zich aansloot bij Dikke Vinger, een radicale sociaal activistische stichting voor en door dikke mensen die zich inzet voor een samenleving waarin dikke mensen gelijkwaardig kunnen leven, vrij van stigma en discriminatie.
Ons gesprek ging over eten, zorg, verzet en vrijheid. En vooral over hoe het voelt als je eindelijk weigert je eigen lichaam als probleem te zien.
“Ik dacht: harder trainen, strenger eten”
In 2010 kreeg Jenny een burn-out. “En wat deed ik? Nog harder mijn best. Personal trainer, strakker dieet, nog meer discipline. Ik dacht echt: dit is de weg eruit.” Ze lacht kort, maar haar blik verraadt de ernst. “Ik had er toen al twintig jaar diëten op zitten. Het voelde alsof er geen andere optie bestond. Maar ik liep muurvast.”
Ze herinnert zich vooral de constante gedachten aan eten. “Hoe komt het dat ik de hele dag aan eten denk? Dat bleef maar malen in mijn hoofd.” Pas toen ze in aanraking kwam met het idee van intuïtief eten – luisteren naar wat je lichaam nodig heeft in plaats van regels volgen – vond ze ademruimte. “Eten wat je wilt, tot je genoeg hebt. Dat klinkt zó simpel, maar het was revolutionair voor me. Ik merkte: als ik tijd neem om te eten, verdwijnt de drang vanzelf. Het hoeft geen strijd te zijn.”
Er is niets mis met mij, er is iets mis met het systeem
Die ontdekking leidde haar online naar plekken waar ze zich voor het eerst echt herkende. Blogs als de Fat Nutritionist en de Fatosphere. “Daar las ik over intersectionaliteit, over fat acceptance. Ineens kon ik woorden geven aan dat beklemmende gevoel. Ik dacht: er is niets mis met mij. Er is iets mis met het systeem waarin ik leef.”
Ze vertelt het op een nuchtere toon, maar de impact is groot. En als ik haar vraag hoe ze terugkijkt op die tijd, voegt ze er met een wrange glimlach aan toe: “Weet je, ik ben tot vijftien jaar geleden zelf de grootste vetfoob geweest die je kon bedenken. Ik was zo hard voor mezelf, maar ook voor anderen. Ik wilde koste wat kost dunner zijn. Het zat zó diep in me. En dat krijg je niet voor niets mee: je ziet het op school, in reclames, in de manier waarop mensen over zichzelf praten. Het is overal.”
Vrijheid, en zeeën van tijd
Vandaag kijkt Jenny heel anders naar haar lichaam. “Ik ben er niet trots op, ik vind het niet altijd mooi. Sommige dingen werken niet meer zoals vroeger – dat hoort ook bij ouder worden. Maar ik haat het niet meer. Het is van mij, het draagt me, en dat is genoeg.”
Ze denkt even na en glimlacht. “Ik heb nu vrijheid. Vroeger gingen er hele avonden op aan twijfel: wat mag ik wel eten, moet ik sporten, wat zullen anderen denken? Nu kan ik gewoon bestaan. En dat levert zeeën van tijd op. Tijd die ik besteed aan dingen waar ik wél blij van word.”
Samen lachen, samen kwaad worden
Die vrijheid wilde ze niet alleen voor zichzelf houden. Toen ze een artikel las over een supportgroep van Non van Driel en Merel Wildschut, ging ze erheen. “Bij de tweede bijeenkomst zat ik er al bij. Het was heerlijk: samen lachen, samen boos zijn, samen verdrietig zijn. En de opluchting was groot. Het lag niet aan ons. Het lag aan de samenleving.”
Die groep groeide uit tot Dikke Vinger. Jenny: “We hebben geen kantoor, geen marketingteam. Alles gebeurt vanuit huis, in onze vrije tijd. Toch weten organisaties ons goed te vinden. We zitten bijvoorbeeld bij een adviesgroep van het ministerie van Volksgezondheid. Daar hebben we ingebracht dat gewicht een belangrijke vorm van discriminatie in de zorg is. Door onze inbreng is dat nu meegenomen in onderzoek. Dat voelt als een doorbraak.”
Jenny spaart de dieetcultuur niet. “Het idee dat je pas goede zorg verdient als je eerst afvalt, is desastreus. Mensen krijgen letterlijk minder zorg. En dat maakt je niet gezonder – integendeel. Bovendien leidt het advies ‘ga maar op dieet’ vaak tot het jojo-effect. En steeds opnieuw afvallen en weer aankomen heeft flinke impact op gezondheid. Maar dat onderscheid wordt in onderzoek nauwelijks gemaakt.”
Dan, met een scherp glimlachje: “Kijk naar de dieetindustrie. Veel businessmodellen draaien uitsluitend op herintreders en zolang er geld te verdienen valt, blijft de dieetcultuur dominant. Het gaat niet om onze gezondheid. Het gaat om aandeelhouders.”
Verzet in het dagelijks leven
Hoe verzet je je als individu tegen zo’n allesomvattend systeem? Jenny noemt praktische stappen. “Zeg tijdens de lunch: ik wil niet over afvallen praten. En als het tóch gebeurt, sta op en loop weg. Ongemakkelijk, ja. Maar ook bevrijdend.”
Ze begrijpt ook waarom veel mensen het moeilijk vinden om het diëten los te laten. “Als je inziet dat het allemaal niet werkt, betekent dat ook dat je twintig jaar lang voor niets hebt zitten honger lijden, jezelf hebt verstopt, jezelf hebt gestraft. Dat is een pijnlijk besef. Maar als je het eenmaal ziet, kun je niet meer terug. En: je wílt ook niet meer terug.”
Alles hangt samen
Voor Jenny is de strijd tegen dieetcultuur onderdeel van een groter geheel. “De mechanismen van vetfobie hebben overlappingen met systemen als racisme, validisme of homofobie: mensen ontmenselijken, reduceren tot een karikatuur. Het zijn systemen die elkaar versterken.”
Toch houdt Dikke Vinger vast aan mildheid. “Wij zijn voor autonomie. We kunnen ons goed voorstellen dat iemand de keuze maakt om weer op dieet te gaan, op welke manier en om welke reden dan ook. Maar we vragen wel: hoe vrij is die keuze, als je dagelijks hoort dat je niet goed genoeg bent? Vrijheid bestaat niet in een systeem dat je voortdurend vertelt dat je dunner moet zijn.”
“Jij bent dik in orde”
Aan het einde van ons gesprek vat Jenny samen wat haar drijft. Ze zegt het rustig, bijna zacht: “Je lichaam is niet het probleem. Hoe de wereld omgaat met je lichaam, dát is het probleem. Het ligt niet aan jou. Jij bent oké zoals je nu bent.”
Het is een zin die bij me blijft hangen. Jenny Klijnsmit heeft twintig jaar lang geprobeerd zichzelf klein te houden door te diëten en zichzelf te straffen. Nu weigert ze dat. Met humor, intelligentie en overtuiging laat ze zien hoe bevrijdend het is om je lichaam niet langer als vijand te zien. En ze is niet alleen: met Dikke Vinger maakt ze zichtbaar dat verzet mogelijk is – en dat het bevrijding kan brengen.
Meer weten? Kijk op www.dikkevinger.org
Steun LOVER!
LOVER draait al ruim vijftig jaar uitsluitend op vrijwilligers en donaties. Wil je dat een van Nederlands oudste feministische tijdschriften blijft bestaan? Help ons door een (eenmalige) donatie. Elke euro is welkom en wordt gewaardeerd. Meer informatie vind je hier.





